Tag Archives: overspannen

Open over een ‘nieuw’ taboe: ik ben overspannen

’20 mei 2015. De datum van mijn laatste blog. Het was de laatste keer dat ik openlijk mijn gedachten de vrije loop liet en de laatste keer dat mijn woordenbrij in mijn hoofd een weg vond naar het papier, De afgelopen maanden leek die woordenbrij in mijn hoofd eerder op een bord spaghetti, een zootje ongeregeld. Die warboel in mijn hoofd maakte het onmogelijk mijn gevoelens op papier te zetten, laat staan te delen.

Waar dat aan lag? Omdat ik het te druk had. Ja, denk je nu ongetwijfeld. Stel je niet aan, iedereen is druk, trots op het feit dat hij of zij een multitasker is. Want zeg nou zelf, lijkt het soms niet net een competitie? Wie van ons is het drukst? En is druk zijn niet synoniem geworden voor succesvol zijn? Ja, ook ik beken schuld. Ook ik maakte me schuldig aan deze aanname, al was het dan onbewust. Terwijl ik dus heel druk was met het hooghouden van al die ballen, wist ik mijn to do lijstjes zelfs nog langer te maken, niet of nauwelijks te prioriteren en begon ik vervolgens nog meer te klagen over hoe druk ik het had. En toen… toen ging het licht uit. Maar daarover zo meer.

Dit keer dus geen epistel over mijn ervaringen tijdens ICSI- of hormoonbehandelingen, geen ritjes naar UZ Gent en de bijbehorende spuiten en snikken, over puncties en terugplaatsingen. Ik ben dolgelukkig en dankbaar met mijn twee fantastische meisjes, die we in ons leven hebben mogen krijgen dankzij de topartsen in Gent. Ons tweede dochtertje Luna zag op oudejaarsdag 2015 het levenslicht. Onze meiden maken het goed, Mila gaat over een paar weken naar de basisschool waardoor voor deze mama weer een nieuwe fase aanbreekt.

Nu ik eenmaal de stap heb genomen mijn gevoel te omschrijven, merk ik dat ik het zowaar verdomd lastig vind om hardop uit te spreken wat ik zo graag wil zeggen. Zou het taboe dat op onderstaand onderwerp ligt nog groter zijn dan op het feit dat we op de natuurlijke manier geen kinderen konden krijgen? In mijn geval wel ja. En toch doe ik het.

Ik heb een burn-out.

Althans, welk label je er ook op wilt plakken. Overspannen, overgespannen, burn-out… geef het beestje de naam die jij wilt. Zo, ik heb het gezegd. Het hoge woord is eruit.  Echt tof is het natuurlijk niet, er waren dagen dat ik me een enorme loser vond, een faalhaas. Dat ik zo ontzettend gefrustreerd en verdrietig was dat ik niet zo sterk was als ik dacht. Dat ik niet eens een winkel in kon lopen. Dat ik niet tegen felle lichten kon, niet meer op de snelweg durfde te rijden, elke dag hyperventileerde. Dat ik bang was voor de nachten, voor de gedachten en de to do lijsten die zich af bleven spelen waarbij mijn hersenen het decor vormden.

Gelukkig zijn die dagen nu eerder uitzondering dan regel, maar toch. Nog geen 16 uur geleden kopt NU.nl nog “Een burn-out is helaas hip” en besteedde RTL Boulevard ook er laatst een item aan. Ikzelf heb tot het laatste moment ontkend dat ik ook in het betreffende hokje thuishoorde, maar moest eraan geloven net voordat ik in september met vakantie ging.

Al jaren ging ik maar door. Vanaf 2010 tot 2014 de wens, vervolgens de teleurstelling over het feit dat mijn buik leeg bleef, dat iedereen om me heen zwanger werd en wij elke week van huis naar het ziekenhuis pendelden met potjes en spuiten. Je gaat door, denkt niet na en zoals je in mijn boek al las was het ICSI-traject een traject van vallen en opstaan. Even slikken en gewoon weer doorgaan, zoals Marco Borsato in een van zijn eerste hits zingt. En zo was het ook. Vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik spoot mezelf vol met de grootste troep die je je kunt bedenken, hormonen die zelfs negen maanden na de bevallingen gevoelsmatig nog niet uit mijn lijf waren. Maar wij waren degenen die ons gelukkig mochten prijzen, want na vier lange jaren was daar de positieve test op 2 juni 2013. Op 8 februari het magische moment dat ik Mila voor het eerst in mijn armen had, toen we eindelijk de titel ‘papa en mama’ mochten dragen. Het was geweldig en onze droom kwam uit, maar natuurlijk staat je leven volledig op z’n kop. Je bent ineens een gezin, niet alleen verantwoordelijk voor de zorg van onze trouwe labrador Charlie, maar een klein kwetsbaar frummeltje is vanaf het allereerste moment volledig afhankelijk van jou. Van mij. Van Jan.

En wat verandert er veel! Het opstarten ’s ochtends, aankleden, douchen, baby in bad en voordat ze had gegeten was het tijd om weer te slapen. De borstvoeding, de nachtelijke huiluurtjes, om de drie uur aanleggen en zelf leeggegeten worden. Geloof me, niets kan op tegen het moederschap, het is het mooiste wat er is maar Claudia als mens werd wel even aan de kant gezet. Claudia als moeder was 24/7 aan, en na een paar maanden kwam daar ook Claudia als communicatieadviseur bij voor 30 uur per week. De maanden gingen voorbij, we genoten volop van ons kleine meisje en net na haar eerste verjaardag vroeg Jan me heel romantisch of ik klaar was voor een volgende stap: een tweede kindje. Het maken was al gebeurd, ons embryootje lag al 2 jaar op ons te wachten in UZ Gent. Volmondig antwoordde ik ja. Zoals je in mijn blog van mei 2015 kunt lezen gebeurde het grootste wonder op aarde: ik werd direct zwanger van ons cryo, het eerste cryo in drie ICSI-behandelingen. Op 17 april 2015 plaste ik weer over het welkbekende staafje en tot mijn grote verbazing kleurde die gelijk blauw. Na tientallen negatieve testen bij onze wens voor een eerste kindje. Ook mijn tweede zwangerschap verliep vlekkeloos, ik vond zwanger zijn het heerlijkste wat er is. Nog steeds mis ik dat getrappel en het gevoel van een nieuw leven in je buik dragen.

Ik wijd uit. Op 31 december 2015 werd Luna dus geboren, na een heftige bevalling en tweede keizersnee. Na 5 dagen was er eindelijk het moment dat we als gezin naar huis mochten. Twee meiden, eentje van 1 jaar en 10 maanden en eentje van 5 dagen oud. En jeetje, hoe heb ik ooit kunnen denken dat het met één kindje druk was? We leken wel een machine: borstvoeding aan Luna, zorgen voor Mila, badderen, spuug in mijn kleren, in mijn haren, ik in bad, kindjes in bad, koken, poetsen, niet te vergeten Charlie die piepend bij de deur staat omdat hij zo nodig een plas moet doen. Speelgoed in huis, ik breek mijn nek nog eens over die blokken en rijdende gevaartes. En tja, ik wil ook nog kunnen leven dus ik ruimde vijf keer per dag al het speelgoed netjes op. Ik zie nu in dat dat het domste is wat ik kon doen: twee minuten na het ontwaken van die twee kleine aapjes ligt alles weer verspreid door de woonkamer.

Na 12 weken brak ook de tijd aan om weer aan het werk te gaan, terug naar coöperatie DELA in Eindhoven, waar ik me bijna 30 uur per week  nuttig maakte als communicatieadviseur. Drie dagen op kantoor, de rest vanuit huis. Ik vergeet voor het gemak nog even dat ik in 2014 mijn boek schreef en uitbracht, mijn grote trots Spuiten & snikken. Een boek schrijven, uitgeven, contact leggen met lezeressen, beantwoorden van vragen, pakketjes verzenden, zorgen dat het te koop is online en vooral meeleven en meedenken met lotgenotes die nog aan de andere kant van de lijn stonden. Die als geen ander weten wat een hel het kan zijn om niet zwanger te kunnen worden, terwijl de rest van de wereld een dikke zwangere buik lijkt te hebben.

En natuurlijk wilde ik fit blijven, sporten, hardlopen, meedoen met van alles en nog wat. Vriendinnen zien, winkelen, weekendjes weggaan, vakanties boeken, 5-gangen dinertjes organiseren thuis, elke week een volle agenda hebben. Een huishouden hebben, boodschappen halen, gezond eten, detoxweekje tussendoor, kindjes brengen en halen naar de gastouder, de tuin in de tussentijd nog even bijhouden, verhuizen, klussen.

Geloof me, dat ging allemaal heel goed. Ik kon zelfs heerlijk opscheppen over hoe druk ik het dus had. Van het drieletterwoord NEE had ik nooit eerder gehoord, de lat legde ik standaard (al vanaf de basisschool en middelbare school, waar ik elk jaar cum laude over moest gaan van mezelf) veel te hoog, en o ja: in grenzen stellen ben ik ook nooit een held geweest. En als ik heel eerlijk ben, vind ik het ook heel belangrijk om voor iedereen in deze wereld lief te zijn. Tijdens mijn voortgangsgesprek op het werk besprak ik nog met mijn manager dat het allemaal zo goed ging. Hij vroeg me naar de balans werk en privé en hoe ik fysiek en mentaal in de wedstrijd zat. Perfect, kon niet beter. En zo voelde het ook. Wat een grap dat ik daar zelf überhaupt in geloofde.

En toen ging het mis. Na (achteraf bezien) wat waarschuwingssignalen van mijn eigen lijf nota bene, viel ik midden in de nacht flauw. Luna werd wakker, ik liep naar beneden voor een flesje water, vervolg mijn weg naar boven. Ik voel me duizelig, wankel en het lijkt of mijn hart ermee stopt. Ik geef mezelf een schop onder mijn kont, niet zeuren. Op zolder aangekomen draait dan toch echt alles te erg, ik raak in paniek en hol naar beneden (ja ik weet het, dat was niet zo slim), ik gil Jan en weet daarna niets meer. Bont en blauw, want ik knalde vol met mijn gezicht en lijf tegen de rand van ijzeren kast. Vanaf dat weekend ging het slechter: tintelingen in hoofd, handen, benen en vingers. Niet kunnen slapen, malen, malen en nog meer malen. Alsof er een sneltrein door mijn hoofd sjeest. Sneltrein is daarbij een understatement, een TGV die voort dendert en niet meer kan stoppen is meer op zijn plaats. Hartklachten, flauwtes, duizelingen, alsof er een olifant op mijn borst staat. Ik krijg 24 uur een Holterkastje van de cardioloog, krijg echo’s, doe een fietstest en buiten een onschuldig lekje bij de hartklep (ik geef toe dat ik het zelf iets minder rustgevend vind klinken dan mijn cardioloog, maar goed: wie ben ik?) ben ik kerngezond. Vakantie zal me goed doen, is de overtuiging waar ik me dolgraag aan vastklamp.

Godzijdank begint toevallig net mijn zomervakantie: 3 weken rust, reinheid en regelmaat. We vertrekken meteen naar Gran Canaria. Helaas blijkt het tegenovergestelde waar. Elke dag heb ik het gevoel dat er iets vreselijk mis is met me: ik lig in bed, pieker me suf, slaap slecht. En wanneer we gezellig over de boulevard wandelen, trek ik wit weg. Paniek, weer dat gevoel van die druk op mijn borst, ik zie niets meer helder en heb het gevoel dat ik weer flauwval. Als we thuiskomen ga ik terug naar de huisarts die bevestigt waar ik al bang voor was: overgespannen. Of tja, burn-out, hoe het dan ook mag heten.

Ik moet mezelf overgeven, erkennen dat het niet goed gaat. Tegen mijn werk zeg dat ik de komende tijd niet kan werken. Elke zenuw in mijn lijf staat op scherp, ik verdraag geen prikkels en kan zelfs amper boodschappen doen. Het voelt of ik gek word in mijn hoofd, ik moet rust pakken maar kan geen rust vinden. In bed houden de klachten aan, de tintelingen verdwijnen niet en ik krijg zelfs paniekaanvallen, met name in de auto. Meerdere keren moet ik mijn auto langs de vluchtstrook zetten omdat ik bijna plat ga door een paniek- en hyperventilatieaanval.

Inmiddels ben ik onder behandeling van de huisarts, psycholoog en fysiotherapeut. Na heel wat maanden kan ik eindelijk zeggen dat het beter met me gaat. Het was een hel, ik ben er nog niet maar werk hard om vooral niet de oude Claudia te worden.

Nee, van haar heb ik afscheid van genomen (nou ja, niet volledig dan: ik blijf wie ik ben maar heb gewerkt aan essentiële karaktereigenschappen die voor mij een enorme valkuil zijn). De afgelopen maanden leerde ik dankzij yoga, shiatsu, meditatie, gesprekken met mijn psycholoog, huisarts en fysiotherapeut dat ik me niet hoef te schamen. Ik ben niet de enige. Steeds meer mensen (met name jongeren) krijgen te maken met een burn-out. Sociale druk, torenhoge ambities, social media, het altijd ‘aan willen en moeten staan’. Mijn huisarts ziet het als een levensconflict en dat vind ik een hele prettige benadering. Een aantal momenten in je leven beland je op een kruispunt. Dan geeft je lijf aan: STOP. Tot hier en niet verder. Dan is de tijd gekomen om te analyseren, keuzes te maken en te luisteren naar wie je zelf bent. Naar wat jij wilt, naar wat jij kunt. Bewust te kiezen waar je voor wilt gaan, door vaker nee te zeggen, grenzen te stellen en die ook te bewaken.

Ik kom er dus zeker sterker uit: morgen ga ik weer terug naar mijn werk en over twee weken start ik met opbouwen. Door het delen van mijn verhaal hoop ik dat ook dat mensen meer gevoel krijgen bij wat een burn-out is, wat het met je doet, en met name dat je altijd moet luisteren naar jezelf. Ben alert, let op signalen en ben er op tijd bij. Het boek ‘Nooit meer te druk’ van Tony Crabbe heeft me enorm geholpen en kan ik je zeker aanbevelen.

Dus lieve lezers, dank je wel voor het lezen en let goed op jezelf.

Juist ook de meiden die vruchtbaarheidsbehandelingen hebben ondergaan. Als je na al die tijd het geluk hebt om zwanger te worden kun je weleens de emotionele impact vergeten. Je bent door het dolle heen omdat je zwanger bent en eerlijk gezegd heb ik zelf nooit goed verwerkt wat die tijd met me heeft gedaan.

Liefs,

Claudia