Tag Archives: icsi

Het leven begint aan het einde van je comfortzone: ik ben geëmigreerd!

‘Zet dat maar uit je hoofd!’, was 10 jaar geleden mijn allereerste reactie toen Jan en ik nog maar net samen waren. Al vroeg in onze relatie hadden we het over hoe we allebei in het leven staan, of we ooit de wens hebben om de wereld te ontdekken en te verhuizen naar het buitenland. De mensen die mij goed kennen, weten dat ik niet zo van veranderingen houd. Mijn leven lang woon ik al in Tilburg, ik heb nooit buiten mijn geboortestad gestudeerd, zoals veel anderen wel deden. Mijn enige uitspatting was een stage van een halfjaar in het Vlaamse Peer, bij Center Parcs. Maar goed, dat valt in het niet bij schoolgenoten die naar Australië vertrokken met slechts één backpack, die sliepen in smerige hostels en geen idee hadden waar ze de volgende dag de nacht door zouden brengen.

Ook als ik kijk naar mijn werk, zie ik vooral veel consistentie. Ik werk bijna 11 jaar bij DELA, waar ik afstudeerde en daarna werd aangenomen. Na mijn afstuderen heb ik dus nog nooit een andere organisatie van de binnenkant kunnen ervaren. Tja, de een vindt het suf, de ander (waaronder ik) veilig en comfortabel. Waarom zou je iets veranderen dat zo goed voelt? DELA werd dit jaar werkgever van het jaar, dus ik heb over mijn werkgever en werkzaamheden absoluut niet te klagen. Waarom zou ik dan veranderen?

Op dat vlak staan Jan en ik dus mijlenver uit elkaar. Al in 2008 gaf hij juist wél aan dat het hem ontzettend gaaf lijkt om ooit in het buitenland te wonen en te werken. De liefde was sterker en hij vond het oké dat ik niet zo’n globetrotter ben. Ik denk zelfs dat hij zich er al bij neer had gelegd dat het er nooit van zou komen. Tot begin dit jaar. Hij werkt inmiddels ook zo’n 4,5 jaar bij Essity, een wereldwijde organisatie. Al meteen was ik duidelijk: ‘haal het maar niet in je hoofd, ik blijf lekker in de Reeshof’. Niet dat dat nou het walhalla is, maar ik vind het gewoon heel prettig om bij de mensen van wie ik houd in de buurt te wonen.

We zaten dus in de sauna, hij, die nooit naar de sauna zou gaan, was bereid zich over te geven en voor een dag te plonzen en te zweten in de houten hokjes van Thermen Goirle. Tot zijn (en met name mijn) verbazing vond hij het heerlijk, we aten, dronken, praatten over het leven en onze toekomst. Ik kwam net terug van mijn burn-out, was weer wat uurtjes per week aan het werk en tijdens al die rust in de sauna kreeg ik een ingeving. Terwijl we genoten van een heerlijke salade met übergezonde smoothie keek ik hem aan en zei: ‘schat, ik denk dat we het toch moeten doen. Weg, samen, met de meisjes. Een avontuur beleven.’ Nooit eerder zag ik hem kijken zoals hij toen keek.

Of het een bevlieging was? Nee, geen bevlieging. ik heb tijd gehad om na te denken. Die burn-out bleek ook een heel mooi moment voor reflectie: wie ben ik, waarom doe ik de dingen zoals ik ze doe en vooral: wat wil ik? Ik heb veel baat gehad bij meerdere vormen van therapie, zoals hypnose-therapie door Margreet van der Zee. In mijn boek las je al wat meer over wat ik allemaal in mijn spreekwoordelijke rugzak heb bewaard door mijn levensjaren heen. Niet altijd leuke dingen, zeker niet, maar ook veel mooie dingen. De wat minder leuke dingen heb ik nooit écht goed verwerkt, ik heb meerdere psychologen bezocht, met de een was er een betere klik dan met de andere, en na een aantal sessies veronderstelde ik zelf dat alles wel weer koek en ei zou zijn. Vergeet het maar. Ook kan ik uit eigen ervaring zeggen dat die sessies met psychologen op zich goed waren, maar dat er niet daadwerkelijk iets veranderde in mijn gedrag. Want gedrag dat je al 32 jaar vertoont, is zo diepgeworteld dat het niet 1-2-3 is aangepakt. Nee, daarvoor moest ik toch echt een laagje dieper gaan, in contact komen met mijn onderbewustzijn.

Tijdens de hypnose-therapie werd ik dus onder hypnose gebracht, met behulp van klankschalen. Margreet stelde me direct op mijn gemak, de eerste sessie maakten we kennis, deelde ik mijn levensverhaal en kwam ik erachter dat ik toch heel wat dingen heb meegemaakt. Zeker als je dat in drie kwartier ‘even’ opsomt, merk je dat het niet niks is geweest. Een aantal hele grote impactvolle gebeurtenissen, en wat kleinere dingen waar ik last van heb. Enfin, aan het einde van de intake mocht ik dan eindelijk kennis maken met het fenomeen hypnose. Heel bijzonder en tegelijkertijd doodeng, zeker voor een controlfreak als ik. Het duurde de eerste keer dan ook wat langer voordat ik ‘weg’ was, ik was bang voor wat komen ging en vooral bang dat ik er nooit meer uit zou komen.

Margreet begon, ik ging languit in de stoel liggen, en ze liep door de kamer. Ze spreekt zinnen uit, en slaat tussentijds vaker op meerdere klankschalen. De trillingen van de klankschaal komen via je kruin je lijf binnen en moeten zorgen voor een staat van totale ontspanning. Daar waar ik bij een psycholoog alles rationaliseerde, nadacht over mijn antwoorden, antwoordde ik tijdens de hypnose heel puur: wat voel ik nu echt? Weg met sociaal wenselijke antwoorden, gewoon, met de billen bloot. Ze vroeg me wat ik voelde. Op dat moment voelde ik weer de brok in mijn keel die ik al 8 maanden voelde, het beklemmende gevoel, de pijn in mijn maag. Allemaal uitingen van stress, waardoor mijn lijf enorm veel klachten vertoonde. Ze liet me teruggaan naar de eerste keer in mijn leven dat ik dat had gevoeld, die angst, die brok in mijn keel. En ineens hoor ik mezelf zeggen dat ik 5 jaar ben. Dat ik thuis ben, in mijn oude huis in de Gentiaanlaan. In mijn pyjamaatje loop ik mijn kamer uit, de gang in. Ik probeer de harmonicadeur open te maken en dan loop ik tree voor tree naar beneden, de trap af. Ik kom beneden, maar zie alleen maar draden. Papa en mama zijn weg. Ik voel mijn keel dichtgeknepen worden, ben bang, snap niet wat die draden daar doen. Als een klein kind huil ik, loop ik naar de telefoon en bel ik het telefoonnummer van opa en oma. Ik zie mezelf de nummers intoetsen, en warempel, achteraf blijkt dat alles klopte. Na de sessie bespreek ik alles met mam, en het was waar, ze waren heel even bij hun vrienden op visite, een paar deuren verder. Die draden waren afkomstig van de babyfoon.

De kracht van de therapie is dat herinneringen aan trauma’s anders geprogrammeerd worden. Daar waar ik in het verleden letterlijk bevroor tijdens een traumatische ervaring, kon ik nu wél optreden. Het voorbeeld van pap en mam die weg waren hierboven, is maar een kleine greep uit de herinneringen die ik opnieuw beleefd heb, die ik eigenlijk vergeten was. De grote trauma’s (wel bekend bij de lezers van mijn boek) pakte Margreet aan met een enorme grote gong, waarbij ik schreeuwend en huilend in de stoel lag, het herbeleefde, maar nu dus wél in actie kwam. Ik kwam voor mezelf op, greep in, totdat de herinnering zachter werd en ik ermee kon leven. Dankzij Margreet verwerkte ik oud zeer, verdriet van de ICSI-behandelingen, de onzekerheid en angst van toen, maar ook leerde ik meer over mezelf. Ook dat ik al 32 jaar lang verkeerd ademhaal, iets was zo basaal is. Ik haal veel te hoog adem, terwijl de diepe buikademhaling zorgt voor rust in je lijf. Yoga leerde me hoe ik kan ontspannen, uit mijn hoofd kan gaan en meer in mijn lijf. Geleide meditaties hielpen me in momenten van onrust te relaxen, voetreflextherapie werd mijn verslaving en ik leerde dat er meer is dan alleen de Westerse geneeskunde.

Het koste wat tijd, maar ik leerde mezelf beter kennen en accepteren dat het goed is zo. Ik leerde ook waarom ik soms moeite heb met dingen, waarom ik zo gevoelig ben, gevoelig voor kleuren, geuren, stemmingen, emoties. Waarom ik me dagen, nee soms zelfs weken vervelend kan voelen wanneer iemand iets gezegd heeft wat ik niet prettig vond. Loslaten is het sleutelwoord, maar laat dat nu net niet mijn sterkte eigenschap zijn. Conflicten vind ik doodeng, die vermeed ik liever dan dat ik ze aan ging. Conflicten, of meningsverschillen, zijn een vorm van spanning, en spanning of sfeer die voor mij nooit goed heeft gevoeld en daarom zweeg ik liever dan dat ik het ter sprake bracht. Nu leer ik om te zeggen wat ik voel en wat ik denk, om het niet groter te laten worden en het op tijd uit te spreken. Dan is het weg, kan ik het loslaten. Ook help ik graag anderen, zei nooit nee, gaf moeilijk grenzen aan. Maar wat wil ik nu eigenlijk zelf? Waar word ik blij van? In zekere zin ben ik dus eigenlijk heel blij met de burn-out, de alarmbellen van mijn eigen lijf die me waarschuwden dat ik totaal verkeerd bezig was.

En daarom ben ik nu dus hier, in München, nog geen 6 maanden later. Samen met mijn man en 2 lieve dochters Mila en Luna. Dat moment in de sauna zette dingen in werking, Jan zette zijn profiel van zijn werk op beschikbaar voor buitenlandse functies en binnen nog geen 2 weken was daar dan hét aanbod. In eerste instantie dacht ik dat het Zweden zou worden, omdat hij daar al vaak werkte. Maar uit onverwachte hoek kwam daar Zuid-Duitsland op de proppen, München. Mijn eerste gevoel was niet zo positief, ik had niet zoveel met Duitsland. Niet dat dat op feiten gebaseerd was, meer een onderbuikgevoel en gebaseerd op de verhalen van oma uit halverwege vorige eeuw. Totale nonsens dus, en na een gesprek met mama besloot ik dat we gewoon maar eens moesten gaan kijken. Ik denk dat mama zichzelf nu soms wel voor haar hoofd kan slaan, ze had no way gedacht dat ik het echt zou doen, mijn zus Laura meegerekend. Ik kan vaker impulsief zijn, maar stappen zetten zoals deze was verre van de Claudia die zij kenden. ‘Dat loopt wel los’. Maar we gingen kijken, begin mei. Eerst Jan en ik samen, een week later samen met de meiden. We werden verliefd op de prachtige stad, de Beierse cultuur, de natuur, de enorme parken, grootse gebouwen en kunstwerken. De zo gevreesde ja (gevreesd door onze familie en vrienden) kwam toch: we wilden samen dit avontuur aan gaan. Het is niet het eind van de wereld, 800 kilometer van huis, maar alsnog in 7 uurtjes te rijden of in een uur te vliegen.

Dat zeg ik nu heel gemakkelijk, maar natuurlijk heeft het heel wat voeten in de aarde gehad om de spreekwoordelijke knoop door te hakken: ons geliefde huis te koop zetten, een plek vinden om te gaan wonen, en hoe ging dat dan met mijn werk? Daar kom ik volgende blog op terug!

Liefs uit het warme Erding (net boven München)

Claudia

Open over een ‘nieuw’ taboe: ik ben overspannen

’20 mei 2015. De datum van mijn laatste blog. Het was de laatste keer dat ik openlijk mijn gedachten de vrije loop liet en de laatste keer dat mijn woordenbrij in mijn hoofd een weg vond naar het papier, De afgelopen maanden leek die woordenbrij in mijn hoofd eerder op een bord spaghetti, een zootje ongeregeld. Die warboel in mijn hoofd maakte het onmogelijk mijn gevoelens op papier te zetten, laat staan te delen.

Waar dat aan lag? Omdat ik het te druk had. Ja, denk je nu ongetwijfeld. Stel je niet aan, iedereen is druk, trots op het feit dat hij of zij een multitasker is. Want zeg nou zelf, lijkt het soms niet net een competitie? Wie van ons is het drukst? En is druk zijn niet synoniem geworden voor succesvol zijn? Ja, ook ik beken schuld. Ook ik maakte me schuldig aan deze aanname, al was het dan onbewust. Terwijl ik dus heel druk was met het hooghouden van al die ballen, wist ik mijn to do lijstjes zelfs nog langer te maken, niet of nauwelijks te prioriteren en begon ik vervolgens nog meer te klagen over hoe druk ik het had. En toen… toen ging het licht uit. Maar daarover zo meer.

Dit keer dus geen epistel over mijn ervaringen tijdens ICSI- of hormoonbehandelingen, geen ritjes naar UZ Gent en de bijbehorende spuiten en snikken, over puncties en terugplaatsingen. Ik ben dolgelukkig en dankbaar met mijn twee fantastische meisjes, die we in ons leven hebben mogen krijgen dankzij de topartsen in Gent. Ons tweede dochtertje Luna zag op oudejaarsdag 2015 het levenslicht. Onze meiden maken het goed, Mila gaat over een paar weken naar de basisschool waardoor voor deze mama weer een nieuwe fase aanbreekt.

Nu ik eenmaal de stap heb genomen mijn gevoel te omschrijven, merk ik dat ik het zowaar verdomd lastig vind om hardop uit te spreken wat ik zo graag wil zeggen. Zou het taboe dat op onderstaand onderwerp ligt nog groter zijn dan op het feit dat we op de natuurlijke manier geen kinderen konden krijgen? In mijn geval wel ja. En toch doe ik het.

Ik heb een burn-out.

Althans, welk label je er ook op wilt plakken. Overspannen, overgespannen, burn-out… geef het beestje de naam die jij wilt. Zo, ik heb het gezegd. Het hoge woord is eruit.  Echt tof is het natuurlijk niet, er waren dagen dat ik me een enorme loser vond, een faalhaas. Dat ik zo ontzettend gefrustreerd en verdrietig was dat ik niet zo sterk was als ik dacht. Dat ik niet eens een winkel in kon lopen. Dat ik niet tegen felle lichten kon, niet meer op de snelweg durfde te rijden, elke dag hyperventileerde. Dat ik bang was voor de nachten, voor de gedachten en de to do lijsten die zich af bleven spelen waarbij mijn hersenen het decor vormden.

Gelukkig zijn die dagen nu eerder uitzondering dan regel, maar toch. Nog geen 16 uur geleden kopt NU.nl nog “Een burn-out is helaas hip” en besteedde RTL Boulevard ook er laatst een item aan. Ikzelf heb tot het laatste moment ontkend dat ik ook in het betreffende hokje thuishoorde, maar moest eraan geloven net voordat ik in september met vakantie ging.

Al jaren ging ik maar door. Vanaf 2010 tot 2014 de wens, vervolgens de teleurstelling over het feit dat mijn buik leeg bleef, dat iedereen om me heen zwanger werd en wij elke week van huis naar het ziekenhuis pendelden met potjes en spuiten. Je gaat door, denkt niet na en zoals je in mijn boek al las was het ICSI-traject een traject van vallen en opstaan. Even slikken en gewoon weer doorgaan, zoals Marco Borsato in een van zijn eerste hits zingt. En zo was het ook. Vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik spoot mezelf vol met de grootste troep die je je kunt bedenken, hormonen die zelfs negen maanden na de bevallingen gevoelsmatig nog niet uit mijn lijf waren. Maar wij waren degenen die ons gelukkig mochten prijzen, want na vier lange jaren was daar de positieve test op 2 juni 2013. Op 8 februari het magische moment dat ik Mila voor het eerst in mijn armen had, toen we eindelijk de titel ‘papa en mama’ mochten dragen. Het was geweldig en onze droom kwam uit, maar natuurlijk staat je leven volledig op z’n kop. Je bent ineens een gezin, niet alleen verantwoordelijk voor de zorg van onze trouwe labrador Charlie, maar een klein kwetsbaar frummeltje is vanaf het allereerste moment volledig afhankelijk van jou. Van mij. Van Jan.

En wat verandert er veel! Het opstarten ’s ochtends, aankleden, douchen, baby in bad en voordat ze had gegeten was het tijd om weer te slapen. De borstvoeding, de nachtelijke huiluurtjes, om de drie uur aanleggen en zelf leeggegeten worden. Geloof me, niets kan op tegen het moederschap, het is het mooiste wat er is maar Claudia als mens werd wel even aan de kant gezet. Claudia als moeder was 24/7 aan, en na een paar maanden kwam daar ook Claudia als communicatieadviseur bij voor 30 uur per week. De maanden gingen voorbij, we genoten volop van ons kleine meisje en net na haar eerste verjaardag vroeg Jan me heel romantisch of ik klaar was voor een volgende stap: een tweede kindje. Het maken was al gebeurd, ons embryootje lag al 2 jaar op ons te wachten in UZ Gent. Volmondig antwoordde ik ja. Zoals je in mijn blog van mei 2015 kunt lezen gebeurde het grootste wonder op aarde: ik werd direct zwanger van ons cryo, het eerste cryo in drie ICSI-behandelingen. Op 17 april 2015 plaste ik weer over het welkbekende staafje en tot mijn grote verbazing kleurde die gelijk blauw. Na tientallen negatieve testen bij onze wens voor een eerste kindje. Ook mijn tweede zwangerschap verliep vlekkeloos, ik vond zwanger zijn het heerlijkste wat er is. Nog steeds mis ik dat getrappel en het gevoel van een nieuw leven in je buik dragen.

Ik wijd uit. Op 31 december 2015 werd Luna dus geboren, na een heftige bevalling en tweede keizersnee. Na 5 dagen was er eindelijk het moment dat we als gezin naar huis mochten. Twee meiden, eentje van 1 jaar en 10 maanden en eentje van 5 dagen oud. En jeetje, hoe heb ik ooit kunnen denken dat het met één kindje druk was? We leken wel een machine: borstvoeding aan Luna, zorgen voor Mila, badderen, spuug in mijn kleren, in mijn haren, ik in bad, kindjes in bad, koken, poetsen, niet te vergeten Charlie die piepend bij de deur staat omdat hij zo nodig een plas moet doen. Speelgoed in huis, ik breek mijn nek nog eens over die blokken en rijdende gevaartes. En tja, ik wil ook nog kunnen leven dus ik ruimde vijf keer per dag al het speelgoed netjes op. Ik zie nu in dat dat het domste is wat ik kon doen: twee minuten na het ontwaken van die twee kleine aapjes ligt alles weer verspreid door de woonkamer.

Na 12 weken brak ook de tijd aan om weer aan het werk te gaan, terug naar coöperatie DELA in Eindhoven, waar ik me bijna 30 uur per week  nuttig maakte als communicatieadviseur. Drie dagen op kantoor, de rest vanuit huis. Ik vergeet voor het gemak nog even dat ik in 2014 mijn boek schreef en uitbracht, mijn grote trots Spuiten & snikken. Een boek schrijven, uitgeven, contact leggen met lezeressen, beantwoorden van vragen, pakketjes verzenden, zorgen dat het te koop is online en vooral meeleven en meedenken met lotgenotes die nog aan de andere kant van de lijn stonden. Die als geen ander weten wat een hel het kan zijn om niet zwanger te kunnen worden, terwijl de rest van de wereld een dikke zwangere buik lijkt te hebben.

En natuurlijk wilde ik fit blijven, sporten, hardlopen, meedoen met van alles en nog wat. Vriendinnen zien, winkelen, weekendjes weggaan, vakanties boeken, 5-gangen dinertjes organiseren thuis, elke week een volle agenda hebben. Een huishouden hebben, boodschappen halen, gezond eten, detoxweekje tussendoor, kindjes brengen en halen naar de gastouder, de tuin in de tussentijd nog even bijhouden, verhuizen, klussen.

Geloof me, dat ging allemaal heel goed. Ik kon zelfs heerlijk opscheppen over hoe druk ik het dus had. Van het drieletterwoord NEE had ik nooit eerder gehoord, de lat legde ik standaard (al vanaf de basisschool en middelbare school, waar ik elk jaar cum laude over moest gaan van mezelf) veel te hoog, en o ja: in grenzen stellen ben ik ook nooit een held geweest. En als ik heel eerlijk ben, vind ik het ook heel belangrijk om voor iedereen in deze wereld lief te zijn. Tijdens mijn voortgangsgesprek op het werk besprak ik nog met mijn manager dat het allemaal zo goed ging. Hij vroeg me naar de balans werk en privé en hoe ik fysiek en mentaal in de wedstrijd zat. Perfect, kon niet beter. En zo voelde het ook. Wat een grap dat ik daar zelf überhaupt in geloofde.

En toen ging het mis. Na (achteraf bezien) wat waarschuwingssignalen van mijn eigen lijf nota bene, viel ik midden in de nacht flauw. Luna werd wakker, ik liep naar beneden voor een flesje water, vervolg mijn weg naar boven. Ik voel me duizelig, wankel en het lijkt of mijn hart ermee stopt. Ik geef mezelf een schop onder mijn kont, niet zeuren. Op zolder aangekomen draait dan toch echt alles te erg, ik raak in paniek en hol naar beneden (ja ik weet het, dat was niet zo slim), ik gil Jan en weet daarna niets meer. Bont en blauw, want ik knalde vol met mijn gezicht en lijf tegen de rand van ijzeren kast. Vanaf dat weekend ging het slechter: tintelingen in hoofd, handen, benen en vingers. Niet kunnen slapen, malen, malen en nog meer malen. Alsof er een sneltrein door mijn hoofd sjeest. Sneltrein is daarbij een understatement, een TGV die voort dendert en niet meer kan stoppen is meer op zijn plaats. Hartklachten, flauwtes, duizelingen, alsof er een olifant op mijn borst staat. Ik krijg 24 uur een Holterkastje van de cardioloog, krijg echo’s, doe een fietstest en buiten een onschuldig lekje bij de hartklep (ik geef toe dat ik het zelf iets minder rustgevend vind klinken dan mijn cardioloog, maar goed: wie ben ik?) ben ik kerngezond. Vakantie zal me goed doen, is de overtuiging waar ik me dolgraag aan vastklamp.

Godzijdank begint toevallig net mijn zomervakantie: 3 weken rust, reinheid en regelmaat. We vertrekken meteen naar Gran Canaria. Helaas blijkt het tegenovergestelde waar. Elke dag heb ik het gevoel dat er iets vreselijk mis is met me: ik lig in bed, pieker me suf, slaap slecht. En wanneer we gezellig over de boulevard wandelen, trek ik wit weg. Paniek, weer dat gevoel van die druk op mijn borst, ik zie niets meer helder en heb het gevoel dat ik weer flauwval. Als we thuiskomen ga ik terug naar de huisarts die bevestigt waar ik al bang voor was: overgespannen. Of tja, burn-out, hoe het dan ook mag heten.

Ik moet mezelf overgeven, erkennen dat het niet goed gaat. Tegen mijn werk zeg dat ik de komende tijd niet kan werken. Elke zenuw in mijn lijf staat op scherp, ik verdraag geen prikkels en kan zelfs amper boodschappen doen. Het voelt of ik gek word in mijn hoofd, ik moet rust pakken maar kan geen rust vinden. In bed houden de klachten aan, de tintelingen verdwijnen niet en ik krijg zelfs paniekaanvallen, met name in de auto. Meerdere keren moet ik mijn auto langs de vluchtstrook zetten omdat ik bijna plat ga door een paniek- en hyperventilatieaanval.

Inmiddels ben ik onder behandeling van de huisarts, psycholoog en fysiotherapeut. Na heel wat maanden kan ik eindelijk zeggen dat het beter met me gaat. Het was een hel, ik ben er nog niet maar werk hard om vooral niet de oude Claudia te worden.

Nee, van haar heb ik afscheid van genomen (nou ja, niet volledig dan: ik blijf wie ik ben maar heb gewerkt aan essentiële karaktereigenschappen die voor mij een enorme valkuil zijn). De afgelopen maanden leerde ik dankzij yoga, shiatsu, meditatie, gesprekken met mijn psycholoog, huisarts en fysiotherapeut dat ik me niet hoef te schamen. Ik ben niet de enige. Steeds meer mensen (met name jongeren) krijgen te maken met een burn-out. Sociale druk, torenhoge ambities, social media, het altijd ‘aan willen en moeten staan’. Mijn huisarts ziet het als een levensconflict en dat vind ik een hele prettige benadering. Een aantal momenten in je leven beland je op een kruispunt. Dan geeft je lijf aan: STOP. Tot hier en niet verder. Dan is de tijd gekomen om te analyseren, keuzes te maken en te luisteren naar wie je zelf bent. Naar wat jij wilt, naar wat jij kunt. Bewust te kiezen waar je voor wilt gaan, door vaker nee te zeggen, grenzen te stellen en die ook te bewaken.

Ik kom er dus zeker sterker uit: morgen ga ik weer terug naar mijn werk en over twee weken start ik met opbouwen. Door het delen van mijn verhaal hoop ik dat ook dat mensen meer gevoel krijgen bij wat een burn-out is, wat het met je doet, en met name dat je altijd moet luisteren naar jezelf. Ben alert, let op signalen en ben er op tijd bij. Het boek ‘Nooit meer te druk’ van Tony Crabbe heeft me enorm geholpen en kan ik je zeker aanbevelen.

Dus lieve lezers, dank je wel voor het lezen en let goed op jezelf.

Juist ook de meiden die vruchtbaarheidsbehandelingen hebben ondergaan. Als je na al die tijd het geluk hebt om zwanger te worden kun je weleens de emotionele impact vergeten. Je bent door het dolle heen omdat je zwanger bent en eerlijk gezegd heb ik zelf nooit goed verwerkt wat die tijd met me heeft gedaan.

Liefs,

Claudia