Category Archives: Blog

Blog

Het leven begint aan het einde van je comfortzone: ik ben geëmigreerd!

‘Zet dat maar uit je hoofd!’, was 10 jaar geleden mijn allereerste reactie toen Jan en ik nog maar net samen waren. Al vroeg in onze relatie hadden we het over hoe we allebei in het leven staan, of we ooit de wens hebben om de wereld te ontdekken en te verhuizen naar het buitenland. De mensen die mij goed kennen, weten dat ik niet zo van veranderingen houd. Mijn leven lang woon ik al in Tilburg, ik heb nooit buiten mijn geboortestad gestudeerd, zoals veel anderen wel deden. Mijn enige uitspatting was een stage van een halfjaar in het Vlaamse Peer, bij Center Parcs. Maar goed, dat valt in het niet bij schoolgenoten die naar Australië vertrokken met slechts één backpack, die sliepen in smerige hostels en geen idee hadden waar ze de volgende dag de nacht door zouden brengen.

Ook als ik kijk naar mijn werk, zie ik vooral veel consistentie. Ik werk bijna 11 jaar bij DELA, waar ik afstudeerde en daarna werd aangenomen. Na mijn afstuderen heb ik dus nog nooit een andere organisatie van de binnenkant kunnen ervaren. Tja, de een vindt het suf, de ander (waaronder ik) veilig en comfortabel. Waarom zou je iets veranderen dat zo goed voelt? DELA werd dit jaar werkgever van het jaar, dus ik heb over mijn werkgever en werkzaamheden absoluut niet te klagen. Waarom zou ik dan veranderen?

Op dat vlak staan Jan en ik dus mijlenver uit elkaar. Al in 2008 gaf hij juist wél aan dat het hem ontzettend gaaf lijkt om ooit in het buitenland te wonen en te werken. De liefde was sterker en hij vond het oké dat ik niet zo’n globetrotter ben. Ik denk zelfs dat hij zich er al bij neer had gelegd dat het er nooit van zou komen. Tot begin dit jaar. Hij werkt inmiddels ook zo’n 4,5 jaar bij Essity, een wereldwijde organisatie. Al meteen was ik duidelijk: ‘haal het maar niet in je hoofd, ik blijf lekker in de Reeshof’. Niet dat dat nou het walhalla is, maar ik vind het gewoon heel prettig om bij de mensen van wie ik houd in de buurt te wonen.

We zaten dus in de sauna, hij, die nooit naar de sauna zou gaan, was bereid zich over te geven en voor een dag te plonzen en te zweten in de houten hokjes van Thermen Goirle. Tot zijn (en met name mijn) verbazing vond hij het heerlijk, we aten, dronken, praatten over het leven en onze toekomst. Ik kwam net terug van mijn burn-out, was weer wat uurtjes per week aan het werk en tijdens al die rust in de sauna kreeg ik een ingeving. Terwijl we genoten van een heerlijke salade met übergezonde smoothie keek ik hem aan en zei: ‘schat, ik denk dat we het toch moeten doen. Weg, samen, met de meisjes. Een avontuur beleven.’ Nooit eerder zag ik hem kijken zoals hij toen keek.

Of het een bevlieging was? Nee, geen bevlieging. ik heb tijd gehad om na te denken. Die burn-out bleek ook een heel mooi moment voor reflectie: wie ben ik, waarom doe ik de dingen zoals ik ze doe en vooral: wat wil ik? Ik heb veel baat gehad bij meerdere vormen van therapie, zoals hypnose-therapie door Margreet van der Zee. In mijn boek las je al wat meer over wat ik allemaal in mijn spreekwoordelijke rugzak heb bewaard door mijn levensjaren heen. Niet altijd leuke dingen, zeker niet, maar ook veel mooie dingen. De wat minder leuke dingen heb ik nooit écht goed verwerkt, ik heb meerdere psychologen bezocht, met de een was er een betere klik dan met de andere, en na een aantal sessies veronderstelde ik zelf dat alles wel weer koek en ei zou zijn. Vergeet het maar. Ook kan ik uit eigen ervaring zeggen dat die sessies met psychologen op zich goed waren, maar dat er niet daadwerkelijk iets veranderde in mijn gedrag. Want gedrag dat je al 32 jaar vertoont, is zo diepgeworteld dat het niet 1-2-3 is aangepakt. Nee, daarvoor moest ik toch echt een laagje dieper gaan, in contact komen met mijn onderbewustzijn.

Tijdens de hypnose-therapie werd ik dus onder hypnose gebracht, met behulp van klankschalen. Margreet stelde me direct op mijn gemak, de eerste sessie maakten we kennis, deelde ik mijn levensverhaal en kwam ik erachter dat ik toch heel wat dingen heb meegemaakt. Zeker als je dat in drie kwartier ‘even’ opsomt, merk je dat het niet niks is geweest. Een aantal hele grote impactvolle gebeurtenissen, en wat kleinere dingen waar ik last van heb. Enfin, aan het einde van de intake mocht ik dan eindelijk kennis maken met het fenomeen hypnose. Heel bijzonder en tegelijkertijd doodeng, zeker voor een controlfreak als ik. Het duurde de eerste keer dan ook wat langer voordat ik ‘weg’ was, ik was bang voor wat komen ging en vooral bang dat ik er nooit meer uit zou komen.

Margreet begon, ik ging languit in de stoel liggen, en ze liep door de kamer. Ze spreekt zinnen uit, en slaat tussentijds vaker op meerdere klankschalen. De trillingen van de klankschaal komen via je kruin je lijf binnen en moeten zorgen voor een staat van totale ontspanning. Daar waar ik bij een psycholoog alles rationaliseerde, nadacht over mijn antwoorden, antwoordde ik tijdens de hypnose heel puur: wat voel ik nu echt? Weg met sociaal wenselijke antwoorden, gewoon, met de billen bloot. Ze vroeg me wat ik voelde. Op dat moment voelde ik weer de brok in mijn keel die ik al 8 maanden voelde, het beklemmende gevoel, de pijn in mijn maag. Allemaal uitingen van stress, waardoor mijn lijf enorm veel klachten vertoonde. Ze liet me teruggaan naar de eerste keer in mijn leven dat ik dat had gevoeld, die angst, die brok in mijn keel. En ineens hoor ik mezelf zeggen dat ik 5 jaar ben. Dat ik thuis ben, in mijn oude huis in de Gentiaanlaan. In mijn pyjamaatje loop ik mijn kamer uit, de gang in. Ik probeer de harmonicadeur open te maken en dan loop ik tree voor tree naar beneden, de trap af. Ik kom beneden, maar zie alleen maar draden. Papa en mama zijn weg. Ik voel mijn keel dichtgeknepen worden, ben bang, snap niet wat die draden daar doen. Als een klein kind huil ik, loop ik naar de telefoon en bel ik het telefoonnummer van opa en oma. Ik zie mezelf de nummers intoetsen, en warempel, achteraf blijkt dat alles klopte. Na de sessie bespreek ik alles met mam, en het was waar, ze waren heel even bij hun vrienden op visite, een paar deuren verder. Die draden waren afkomstig van de babyfoon.

De kracht van de therapie is dat herinneringen aan trauma’s anders geprogrammeerd worden. Daar waar ik in het verleden letterlijk bevroor tijdens een traumatische ervaring, kon ik nu wél optreden. Het voorbeeld van pap en mam die weg waren hierboven, is maar een kleine greep uit de herinneringen die ik opnieuw beleefd heb, die ik eigenlijk vergeten was. De grote trauma’s (wel bekend bij de lezers van mijn boek) pakte Margreet aan met een enorme grote gong, waarbij ik schreeuwend en huilend in de stoel lag, het herbeleefde, maar nu dus wél in actie kwam. Ik kwam voor mezelf op, greep in, totdat de herinnering zachter werd en ik ermee kon leven. Dankzij Margreet verwerkte ik oud zeer, verdriet van de ICSI-behandelingen, de onzekerheid en angst van toen, maar ook leerde ik meer over mezelf. Ook dat ik al 32 jaar lang verkeerd ademhaal, iets was zo basaal is. Ik haal veel te hoog adem, terwijl de diepe buikademhaling zorgt voor rust in je lijf. Yoga leerde me hoe ik kan ontspannen, uit mijn hoofd kan gaan en meer in mijn lijf. Geleide meditaties hielpen me in momenten van onrust te relaxen, voetreflextherapie werd mijn verslaving en ik leerde dat er meer is dan alleen de Westerse geneeskunde.

Het koste wat tijd, maar ik leerde mezelf beter kennen en accepteren dat het goed is zo. Ik leerde ook waarom ik soms moeite heb met dingen, waarom ik zo gevoelig ben, gevoelig voor kleuren, geuren, stemmingen, emoties. Waarom ik me dagen, nee soms zelfs weken vervelend kan voelen wanneer iemand iets gezegd heeft wat ik niet prettig vond. Loslaten is het sleutelwoord, maar laat dat nu net niet mijn sterkte eigenschap zijn. Conflicten vind ik doodeng, die vermeed ik liever dan dat ik ze aan ging. Conflicten, of meningsverschillen, zijn een vorm van spanning, en spanning of sfeer die voor mij nooit goed heeft gevoeld en daarom zweeg ik liever dan dat ik het ter sprake bracht. Nu leer ik om te zeggen wat ik voel en wat ik denk, om het niet groter te laten worden en het op tijd uit te spreken. Dan is het weg, kan ik het loslaten. Ook help ik graag anderen, zei nooit nee, gaf moeilijk grenzen aan. Maar wat wil ik nu eigenlijk zelf? Waar word ik blij van? In zekere zin ben ik dus eigenlijk heel blij met de burn-out, de alarmbellen van mijn eigen lijf die me waarschuwden dat ik totaal verkeerd bezig was.

En daarom ben ik nu dus hier, in München, nog geen 6 maanden later. Samen met mijn man en 2 lieve dochters Mila en Luna. Dat moment in de sauna zette dingen in werking, Jan zette zijn profiel van zijn werk op beschikbaar voor buitenlandse functies en binnen nog geen 2 weken was daar dan hét aanbod. In eerste instantie dacht ik dat het Zweden zou worden, omdat hij daar al vaak werkte. Maar uit onverwachte hoek kwam daar Zuid-Duitsland op de proppen, München. Mijn eerste gevoel was niet zo positief, ik had niet zoveel met Duitsland. Niet dat dat op feiten gebaseerd was, meer een onderbuikgevoel en gebaseerd op de verhalen van oma uit halverwege vorige eeuw. Totale nonsens dus, en na een gesprek met mama besloot ik dat we gewoon maar eens moesten gaan kijken. Ik denk dat mama zichzelf nu soms wel voor haar hoofd kan slaan, ze had no way gedacht dat ik het echt zou doen, mijn zus Laura meegerekend. Ik kan vaker impulsief zijn, maar stappen zetten zoals deze was verre van de Claudia die zij kenden. ‘Dat loopt wel los’. Maar we gingen kijken, begin mei. Eerst Jan en ik samen, een week later samen met de meiden. We werden verliefd op de prachtige stad, de Beierse cultuur, de natuur, de enorme parken, grootse gebouwen en kunstwerken. De zo gevreesde ja (gevreesd door onze familie en vrienden) kwam toch: we wilden samen dit avontuur aan gaan. Het is niet het eind van de wereld, 800 kilometer van huis, maar alsnog in 7 uurtjes te rijden of in een uur te vliegen.

Dat zeg ik nu heel gemakkelijk, maar natuurlijk heeft het heel wat voeten in de aarde gehad om de spreekwoordelijke knoop door te hakken: ons geliefde huis te koop zetten, een plek vinden om te gaan wonen, en hoe ging dat dan met mijn werk? Daar kom ik volgende blog op terug!

Liefs uit het warme Erding (net boven München)

Claudia

Open over een ‘nieuw’ taboe: ik ben overspannen

’20 mei 2015. De datum van mijn laatste blog. Het was de laatste keer dat ik openlijk mijn gedachten de vrije loop liet en de laatste keer dat mijn woordenbrij in mijn hoofd een weg vond naar het papier, De afgelopen maanden leek die woordenbrij in mijn hoofd eerder op een bord spaghetti, een zootje ongeregeld. Die warboel in mijn hoofd maakte het onmogelijk mijn gevoelens op papier te zetten, laat staan te delen.

Waar dat aan lag? Omdat ik het te druk had. Ja, denk je nu ongetwijfeld. Stel je niet aan, iedereen is druk, trots op het feit dat hij of zij een multitasker is. Want zeg nou zelf, lijkt het soms niet net een competitie? Wie van ons is het drukst? En is druk zijn niet synoniem geworden voor succesvol zijn? Ja, ook ik beken schuld. Ook ik maakte me schuldig aan deze aanname, al was het dan onbewust. Terwijl ik dus heel druk was met het hooghouden van al die ballen, wist ik mijn to do lijstjes zelfs nog langer te maken, niet of nauwelijks te prioriteren en begon ik vervolgens nog meer te klagen over hoe druk ik het had. En toen… toen ging het licht uit. Maar daarover zo meer.

Dit keer dus geen epistel over mijn ervaringen tijdens ICSI- of hormoonbehandelingen, geen ritjes naar UZ Gent en de bijbehorende spuiten en snikken, over puncties en terugplaatsingen. Ik ben dolgelukkig en dankbaar met mijn twee fantastische meisjes, die we in ons leven hebben mogen krijgen dankzij de topartsen in Gent. Ons tweede dochtertje Luna zag op oudejaarsdag 2015 het levenslicht. Onze meiden maken het goed, Mila gaat over een paar weken naar de basisschool waardoor voor deze mama weer een nieuwe fase aanbreekt.

Nu ik eenmaal de stap heb genomen mijn gevoel te omschrijven, merk ik dat ik het zowaar verdomd lastig vind om hardop uit te spreken wat ik zo graag wil zeggen. Zou het taboe dat op onderstaand onderwerp ligt nog groter zijn dan op het feit dat we op de natuurlijke manier geen kinderen konden krijgen? In mijn geval wel ja. En toch doe ik het.

Ik heb een burn-out.

Althans, welk label je er ook op wilt plakken. Overspannen, overgespannen, burn-out… geef het beestje de naam die jij wilt. Zo, ik heb het gezegd. Het hoge woord is eruit.  Echt tof is het natuurlijk niet, er waren dagen dat ik me een enorme loser vond, een faalhaas. Dat ik zo ontzettend gefrustreerd en verdrietig was dat ik niet zo sterk was als ik dacht. Dat ik niet eens een winkel in kon lopen. Dat ik niet tegen felle lichten kon, niet meer op de snelweg durfde te rijden, elke dag hyperventileerde. Dat ik bang was voor de nachten, voor de gedachten en de to do lijsten die zich af bleven spelen waarbij mijn hersenen het decor vormden.

Gelukkig zijn die dagen nu eerder uitzondering dan regel, maar toch. Nog geen 16 uur geleden kopt NU.nl nog “Een burn-out is helaas hip” en besteedde RTL Boulevard ook er laatst een item aan. Ikzelf heb tot het laatste moment ontkend dat ik ook in het betreffende hokje thuishoorde, maar moest eraan geloven net voordat ik in september met vakantie ging.

Al jaren ging ik maar door. Vanaf 2010 tot 2014 de wens, vervolgens de teleurstelling over het feit dat mijn buik leeg bleef, dat iedereen om me heen zwanger werd en wij elke week van huis naar het ziekenhuis pendelden met potjes en spuiten. Je gaat door, denkt niet na en zoals je in mijn boek al las was het ICSI-traject een traject van vallen en opstaan. Even slikken en gewoon weer doorgaan, zoals Marco Borsato in een van zijn eerste hits zingt. En zo was het ook. Vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik spoot mezelf vol met de grootste troep die je je kunt bedenken, hormonen die zelfs negen maanden na de bevallingen gevoelsmatig nog niet uit mijn lijf waren. Maar wij waren degenen die ons gelukkig mochten prijzen, want na vier lange jaren was daar de positieve test op 2 juni 2013. Op 8 februari het magische moment dat ik Mila voor het eerst in mijn armen had, toen we eindelijk de titel ‘papa en mama’ mochten dragen. Het was geweldig en onze droom kwam uit, maar natuurlijk staat je leven volledig op z’n kop. Je bent ineens een gezin, niet alleen verantwoordelijk voor de zorg van onze trouwe labrador Charlie, maar een klein kwetsbaar frummeltje is vanaf het allereerste moment volledig afhankelijk van jou. Van mij. Van Jan.

En wat verandert er veel! Het opstarten ’s ochtends, aankleden, douchen, baby in bad en voordat ze had gegeten was het tijd om weer te slapen. De borstvoeding, de nachtelijke huiluurtjes, om de drie uur aanleggen en zelf leeggegeten worden. Geloof me, niets kan op tegen het moederschap, het is het mooiste wat er is maar Claudia als mens werd wel even aan de kant gezet. Claudia als moeder was 24/7 aan, en na een paar maanden kwam daar ook Claudia als communicatieadviseur bij voor 30 uur per week. De maanden gingen voorbij, we genoten volop van ons kleine meisje en net na haar eerste verjaardag vroeg Jan me heel romantisch of ik klaar was voor een volgende stap: een tweede kindje. Het maken was al gebeurd, ons embryootje lag al 2 jaar op ons te wachten in UZ Gent. Volmondig antwoordde ik ja. Zoals je in mijn blog van mei 2015 kunt lezen gebeurde het grootste wonder op aarde: ik werd direct zwanger van ons cryo, het eerste cryo in drie ICSI-behandelingen. Op 17 april 2015 plaste ik weer over het welkbekende staafje en tot mijn grote verbazing kleurde die gelijk blauw. Na tientallen negatieve testen bij onze wens voor een eerste kindje. Ook mijn tweede zwangerschap verliep vlekkeloos, ik vond zwanger zijn het heerlijkste wat er is. Nog steeds mis ik dat getrappel en het gevoel van een nieuw leven in je buik dragen.

Ik wijd uit. Op 31 december 2015 werd Luna dus geboren, na een heftige bevalling en tweede keizersnee. Na 5 dagen was er eindelijk het moment dat we als gezin naar huis mochten. Twee meiden, eentje van 1 jaar en 10 maanden en eentje van 5 dagen oud. En jeetje, hoe heb ik ooit kunnen denken dat het met één kindje druk was? We leken wel een machine: borstvoeding aan Luna, zorgen voor Mila, badderen, spuug in mijn kleren, in mijn haren, ik in bad, kindjes in bad, koken, poetsen, niet te vergeten Charlie die piepend bij de deur staat omdat hij zo nodig een plas moet doen. Speelgoed in huis, ik breek mijn nek nog eens over die blokken en rijdende gevaartes. En tja, ik wil ook nog kunnen leven dus ik ruimde vijf keer per dag al het speelgoed netjes op. Ik zie nu in dat dat het domste is wat ik kon doen: twee minuten na het ontwaken van die twee kleine aapjes ligt alles weer verspreid door de woonkamer.

Na 12 weken brak ook de tijd aan om weer aan het werk te gaan, terug naar coöperatie DELA in Eindhoven, waar ik me bijna 30 uur per week  nuttig maakte als communicatieadviseur. Drie dagen op kantoor, de rest vanuit huis. Ik vergeet voor het gemak nog even dat ik in 2014 mijn boek schreef en uitbracht, mijn grote trots Spuiten & snikken. Een boek schrijven, uitgeven, contact leggen met lezeressen, beantwoorden van vragen, pakketjes verzenden, zorgen dat het te koop is online en vooral meeleven en meedenken met lotgenotes die nog aan de andere kant van de lijn stonden. Die als geen ander weten wat een hel het kan zijn om niet zwanger te kunnen worden, terwijl de rest van de wereld een dikke zwangere buik lijkt te hebben.

En natuurlijk wilde ik fit blijven, sporten, hardlopen, meedoen met van alles en nog wat. Vriendinnen zien, winkelen, weekendjes weggaan, vakanties boeken, 5-gangen dinertjes organiseren thuis, elke week een volle agenda hebben. Een huishouden hebben, boodschappen halen, gezond eten, detoxweekje tussendoor, kindjes brengen en halen naar de gastouder, de tuin in de tussentijd nog even bijhouden, verhuizen, klussen.

Geloof me, dat ging allemaal heel goed. Ik kon zelfs heerlijk opscheppen over hoe druk ik het dus had. Van het drieletterwoord NEE had ik nooit eerder gehoord, de lat legde ik standaard (al vanaf de basisschool en middelbare school, waar ik elk jaar cum laude over moest gaan van mezelf) veel te hoog, en o ja: in grenzen stellen ben ik ook nooit een held geweest. En als ik heel eerlijk ben, vind ik het ook heel belangrijk om voor iedereen in deze wereld lief te zijn. Tijdens mijn voortgangsgesprek op het werk besprak ik nog met mijn manager dat het allemaal zo goed ging. Hij vroeg me naar de balans werk en privé en hoe ik fysiek en mentaal in de wedstrijd zat. Perfect, kon niet beter. En zo voelde het ook. Wat een grap dat ik daar zelf überhaupt in geloofde.

En toen ging het mis. Na (achteraf bezien) wat waarschuwingssignalen van mijn eigen lijf nota bene, viel ik midden in de nacht flauw. Luna werd wakker, ik liep naar beneden voor een flesje water, vervolg mijn weg naar boven. Ik voel me duizelig, wankel en het lijkt of mijn hart ermee stopt. Ik geef mezelf een schop onder mijn kont, niet zeuren. Op zolder aangekomen draait dan toch echt alles te erg, ik raak in paniek en hol naar beneden (ja ik weet het, dat was niet zo slim), ik gil Jan en weet daarna niets meer. Bont en blauw, want ik knalde vol met mijn gezicht en lijf tegen de rand van ijzeren kast. Vanaf dat weekend ging het slechter: tintelingen in hoofd, handen, benen en vingers. Niet kunnen slapen, malen, malen en nog meer malen. Alsof er een sneltrein door mijn hoofd sjeest. Sneltrein is daarbij een understatement, een TGV die voort dendert en niet meer kan stoppen is meer op zijn plaats. Hartklachten, flauwtes, duizelingen, alsof er een olifant op mijn borst staat. Ik krijg 24 uur een Holterkastje van de cardioloog, krijg echo’s, doe een fietstest en buiten een onschuldig lekje bij de hartklep (ik geef toe dat ik het zelf iets minder rustgevend vind klinken dan mijn cardioloog, maar goed: wie ben ik?) ben ik kerngezond. Vakantie zal me goed doen, is de overtuiging waar ik me dolgraag aan vastklamp.

Godzijdank begint toevallig net mijn zomervakantie: 3 weken rust, reinheid en regelmaat. We vertrekken meteen naar Gran Canaria. Helaas blijkt het tegenovergestelde waar. Elke dag heb ik het gevoel dat er iets vreselijk mis is met me: ik lig in bed, pieker me suf, slaap slecht. En wanneer we gezellig over de boulevard wandelen, trek ik wit weg. Paniek, weer dat gevoel van die druk op mijn borst, ik zie niets meer helder en heb het gevoel dat ik weer flauwval. Als we thuiskomen ga ik terug naar de huisarts die bevestigt waar ik al bang voor was: overgespannen. Of tja, burn-out, hoe het dan ook mag heten.

Ik moet mezelf overgeven, erkennen dat het niet goed gaat. Tegen mijn werk zeg dat ik de komende tijd niet kan werken. Elke zenuw in mijn lijf staat op scherp, ik verdraag geen prikkels en kan zelfs amper boodschappen doen. Het voelt of ik gek word in mijn hoofd, ik moet rust pakken maar kan geen rust vinden. In bed houden de klachten aan, de tintelingen verdwijnen niet en ik krijg zelfs paniekaanvallen, met name in de auto. Meerdere keren moet ik mijn auto langs de vluchtstrook zetten omdat ik bijna plat ga door een paniek- en hyperventilatieaanval.

Inmiddels ben ik onder behandeling van de huisarts, psycholoog en fysiotherapeut. Na heel wat maanden kan ik eindelijk zeggen dat het beter met me gaat. Het was een hel, ik ben er nog niet maar werk hard om vooral niet de oude Claudia te worden.

Nee, van haar heb ik afscheid van genomen (nou ja, niet volledig dan: ik blijf wie ik ben maar heb gewerkt aan essentiële karaktereigenschappen die voor mij een enorme valkuil zijn). De afgelopen maanden leerde ik dankzij yoga, shiatsu, meditatie, gesprekken met mijn psycholoog, huisarts en fysiotherapeut dat ik me niet hoef te schamen. Ik ben niet de enige. Steeds meer mensen (met name jongeren) krijgen te maken met een burn-out. Sociale druk, torenhoge ambities, social media, het altijd ‘aan willen en moeten staan’. Mijn huisarts ziet het als een levensconflict en dat vind ik een hele prettige benadering. Een aantal momenten in je leven beland je op een kruispunt. Dan geeft je lijf aan: STOP. Tot hier en niet verder. Dan is de tijd gekomen om te analyseren, keuzes te maken en te luisteren naar wie je zelf bent. Naar wat jij wilt, naar wat jij kunt. Bewust te kiezen waar je voor wilt gaan, door vaker nee te zeggen, grenzen te stellen en die ook te bewaken.

Ik kom er dus zeker sterker uit: morgen ga ik weer terug naar mijn werk en over twee weken start ik met opbouwen. Door het delen van mijn verhaal hoop ik dat ook dat mensen meer gevoel krijgen bij wat een burn-out is, wat het met je doet, en met name dat je altijd moet luisteren naar jezelf. Ben alert, let op signalen en ben er op tijd bij. Het boek ‘Nooit meer te druk’ van Tony Crabbe heeft me enorm geholpen en kan ik je zeker aanbevelen.

Dus lieve lezers, dank je wel voor het lezen en let goed op jezelf.

Juist ook de meiden die vruchtbaarheidsbehandelingen hebben ondergaan. Als je na al die tijd het geluk hebt om zwanger te worden kun je weleens de emotionele impact vergeten. Je bent door het dolle heen omdat je zwanger bent en eerlijk gezegd heb ik zelf nooit goed verwerkt wat die tijd met me heeft gedaan.

Liefs,

Claudia

Het eindoordeel

Deze blog is het vervolg op de blog van dinsdag 19 mei.

Ik meen het, in mijn tas staat het eindoordeel. Als ik zwanger ben moet er nu echt een tweede streep zichtbaar zijn. Ik ben bang voor die teleurstelling, bang voor een leeg venster. Ik weet dat dan alles opnieuw gaat beginnen en we weer de hele malle medische molen in gaan. Met alles erop en eraan. Het zou zo mooi zijn als we nu geluk zouden hebben. Dat ons jaren van ICSI-behandelingen bespaard zou blijven. Maar hoe groot is die kans nu eenmaal? Ik trek het niet meer, pak de test uit mijn tas en leg het op mijn bureau. Zelf durf ik niet te kijken. Niek en Resie komen naar me toe, kijken voor me op de test en beginnen te springen en te juichen. ‘Ik zie een streep!!! Ja echt, er is een streep, je bent zwanger!’

Ik kan het niet geloven, loop zelf naar de test en ja, ik zie een streep. Echt een streep! Toch blijf ik hardop herhalen dat dat niet kan, zo snel. Dat het nu echt gelukt is, na de eerste cryo-terugplaatsing. Ik word overmand door emoties en sta perplex. Resie en Niek feliciteren en knuffelen me en ik ben door het dolle heen. ‘Zou je Jan niet bellen?’ Ik besluit het niet te doen, hij kan pas om twee uur thuis zijn vanuit Rotterdam en daarna moet hij direct door naar zijn vriendenweekend. Ik wil hem dit prachtige nieuws vertellen als ik voor hem sta, ik wil het geluk in zijn ogen zien. Jan belt me als hij in de auto zit, zijn zenuwen hoor ik door zijn stem heen en ik voel me eigenlijk schuldig dat ik hem onnodig laat lijden. Vanmiddag heb ik vrij genomen, dus ik spring in de auto en rijd naar huis van Eindhoven naar Tilburg. Hij is er op tijd en belt me waar ik blijf, want we hebben afgesproken thuis samen een test te doen aangezien we nog geen nieuws van het ziekenhuis hebben gekregen. Uiteraard weet hij niet wat ik al wel weet.

Het is tien voor twee. Ik word gebeld terwijl ik bijna thuis ben. ‘Met Claudia?’ Een Belgische stem. ‘Mevrouw, ik heb heel goed nieuws voor u. Uw bloedwaarden zien er heel goed uit, u bent zwanger!’ Ze bevestigt wat ik zojuist zelf heb gezien en ben dolblij met de hoge waarden in mijn bloed. Ik straal van geluk en trap het gas verder in zodat ik snel thuis ben. Zachtjes rollen de tranen over mijn wangen. Ik race de straat in, parkeer mijn auto half op de stoep en ren naar ons huis. Jan doet open en ziet mijn gezicht. Ik haal de positieve test tevoorschijn en dan begint hij te huilen. Hij pakt me vast, kust me, huilt zachtjes en samen staan we daar gelukkig te zijn. Het is gewoon gelukt, Mila krijgt een broertje of zusje!

Wij verwachten ons tweede kindje net voor Kerstmis en willen opnieuw de artsen en het team van UZ Gent bedanken voor dit wonder. Ik kan tot op de dag van vandaag niet geloven dat het weer is gelukt. Het voelt onwerkelijk en bizar. En het allermooiste is, dat dit kindje een soort tweelingbroertje of -zusje van Mila is. Allebei gemaakt op 17 mei 2013, maar dit kindje heeft bijna 2 jaar op ons gewacht en was zo sterk om zich meteen in mijn buik vast te klampen.

Aan alle vrouwen in eenzelfde of vergelijkbaar traject: Ik denk aan jullie, en ik weet dat ik nu ‘aan de andere kant’ sta. Toch leef ik iedere dag met jullie mee. Ik blijf hopen en bidden dat ook jullie grootste droom uit mag komen. Volg altijd je gevoel tijdens het traject. Sinds ik mijn boek heb uitgebracht heb ik van vele lezeressen fantastisch nieuws gekregen dat het ook bij hen is gelukt. L’espoir fait vivre.

Liefs,

Claudia

foto

Zwanger/niet zwanger?

Wat een verschil met de vorige terugplaatsingen. Ik ben rustig, kalm en voordat ik het weet zijn de eerste dagen voorbij. Natuurlijk let ik wat meer dan anders op signalen die mijn lichaam me geeft, maar ik kan niet echt zeggen dat ik al misselijk ben of andere zwangerschapskwalen opmerk.

Een voordeel is dat ik nu een embryo teruggeplaatst heb gekregen  in mijn natuurlijke cyclus. Nul hormonen, dus alles wat ik voel in mijn lijf is puur en oprecht en kan niet vertekend zijn door al die rotzooi die jaren geleden mijn lichaam zo vervuild hebben. Toen ik zwanger was van Mila merkte ik een metaalsmaak net voor de bloedtest, nu probeer ik die smaak weer te herkennen. Ik heb het druk, Jan is weg, ik werk en zorg voor Mila en ons hondje Charlie. Ik heb nauwelijks tijd om er te veel bij stil te staan en dan is het ineens al vrijdagochtend.

Ik heb het gered tot vandaag en ben nog niet ongesteld! Ik voel me positief en geloof erin, hoe gek het ook klinkt. Vorige keren werd ik net voor de bloedtest ongesteld maar ik heb nog altijd geen bloed gezien, wat een goed teken is. Jan appt en belt me vaak vanuit Rotterdam en is nog zenuwachtiger dan ik. Ik breng Mila weg en moet naar mijn werk, maar ik zorg dat ik al om half acht in het Elisabeth Ziekenhuis zit zodat mijn bloed kan worden geprikt. De uitslagen moeten zij vervolgens voor één uur mailen naar Gent en dan belt Gent me later vandaag op met de uitslag.

De wachtruimte in het ziekenhuis is voller dan vol en ik neem plaats op de oranje banken. Als ik eindelijk aan de beurt ben neemt de verpleegkundige mijn bloed af. Ik vertel haar hoe ze alles naar Gent moet versturen, maar ben bang dat dit opnieuw verkeerd gaat. Vorige keer kreeg Gent het veel te laat binnen en zaten wij uren onnodig in spanning te wachten. Omdat ik hier weer bang voor ben, koop ik in de ziekenhuisapotheek snel twee zwangerschapstesten. Voor het geval dat ik het echt niet meer volhoud!

Ik rijd naar het werk en probeer me zo goed en zo kwaad als het gaat te concentreren op dat wat ik vandaag nog moet doen. Het lukt me best goed, maar Jan heeft er wat meer moeite mee. Hij zit met het werk op een boot in Rotterdam en is op van de zenuwen. Als het twaalf uur is bel ik naar Gent om te vragen of Tilburg de uitslagen al heeft verstuurd. Negatief. Verdorie, waarom doen ze nooit wat ze zeggen? Ik kijk mijn collega’s Niek en Resie aan, die als enige in onze werkhoek zitten vandaag. Zij weten ervan, omdat ik het niet langer voor me kan houden. Ik word gek van de spanning en ze leven ontzettend met me mee. Ik trek de zwangerschapstest uit de folie en ren naar het toilet, plas over het stickje, gooi de test direct weer (uiteraard met dop erop) in mijn tas en ga met een rood hoofd terug naar mijn werkplek. Niek en Resie zijn net zo gespannen als ik en kijken me vol verwachting aan. ‘En???’, vraagt Resie me. ‘IK DURF NIET!’

Morgen lees je hoe deze poging afloopt.

Heeft ons embryo het overleefd?

Deze blog is het vervolg van de blog van zondag 17 mei 2015.

‘Dag mevrouw Van Loon, wij hebben gisteren uw embryo ontdooid en dat is goed verlopen! Het heeft de eerste 24 uur goed overleefd en heeft zich nog een keer gedeeld, dus u mag direct naar Gent komen.’ De spanning die door mijn lijf gierde maakt plaats voor een enorme opluchting.  We zijn een stapje verder gekomen. Jan kust me en is net zo blij als ik. We springen in de auto en rijden naar het zuiden.

Onderweg koop ik een flesje water, ik moet zorgen dat mijn blaas zo vol mogelijk is als ons ‘kindje’ wordt teruggeplaatst. Het blijft bizar, de wetenschap dat ik over iets meer dan een uur misschien wel een beetje zwanger ben. Toch vind ik het ook wel spannend dat dit alles nu gebeurt zonder hormonen. Ik hoef zelfs de Utrogestan (zogenaamde “kut”bollen zoals ik het in mijn boek Spuiten & Snikken omschreef) niet te gebruiken, terwijl die juist zorgen voor een goede innesteling. Mijn arts gelooft dat mijn lichaam goed werkt en het dus zelf kan. We gaan het zien.

Keurig op tijd rijden we naar onze favoriete parkeerplek bovenop de parkeergarage van het ziekenhuis. We haasten ons naar het trappengebouw, rennen naar beneden en melden ons aan bij de Onthaalkas. Ongelofelijk maar waar, er zitten hier dagelijks tien mensen achter de balie en opnieuw krijgen we dezelfde man toegewezen. Dit moet een teken zijn.  Zelfs het nummertje op mijn kaartje is 29, onze trouwdag. Licht gespannen lopen we van het hoofdgebouw naar de bankjes buiten, we zijn aan de vroege kant. De zon schijnt dus we pakken wat zonnestralen mee en lopen dan buitenom naar de Vrouwenkliniek, waar de afdeling Reproductie Geneeskunde gehuisvest is. De verpleegster kijkt me lachend aan: ‘Spannend weer voor u, heel veel succes met de terugplaatsing! U mag weer naar de bovenste verdieping lopen en daar wachten tot de arts u naar binnen roept.’

We nemen plaats in de wachtruimte en naast ons zit een ander, wat ouder stel. Ik zie hoe gespannen ze zijn. Ook wij zijn wat zenuwachtig, maar de druk is nu veel minder groot dan een paar jaar geleden. Toen volgde de ene teleurstelling de andere op en was ik er bijna van overtuigd dat het nooit zou lukken. Ik kon me niet indenken dat we ooit een kindje zouden krijgen. Nu is Mila in ons leven en zijn we daar meer dan dankbaar voor. We starten nu vol goede moed en hebben niet de emoties en stress van behandelingen die nog helder op ons netvlies staan. Natuurlijk, dat kan straks weer veranderen als we veel tegenslagen krijgen.

De verpleegster helpt me uit mijn dagdroom ontwaken en roept het andere stel binnen. Helaas, wij zijn nog niet aan de beurt. Ik wiebel van mijn ene op mijn andere been, die volle blaas heb ik wel heel letterlijk genomen. Na een kwartier vertrekt het stel en mogen wij naar binnen. ‘Het is fantastisch gegaan. We plaatsen zo een blastocyst terug van zes dagen oud, van een hele goede kwaliteit.’ Ik straal als ik naar de foto van ons mogelijke kindje kijk. Het lijkt op Mila voordat zij werd teruggeplaatst in mijn buik, maar is zelfs nog wat verder ontwikkeld na zes dagen. Ik houd van zekerheid en wil weten hoe groot de kans is dat het nu lukt. Vaak rekenen ze met een kans van 10 procent bij een cryo-terugplaatsing (in Nederland is dit vaak het geval). In dit geval hoor ik nu van dokter D. dat we zo’n 42 procent kans hebben op een zwangerschap. Dat stemt me positief.

Ik kleed me uit en loop naar de beruchte stoel. Links van me zit Jan, die mijn hand vast houdt. Rechts van me het echoscherm, boven me een enorm TV-scherm en helemaal rechts is het raampje van het laboratorium. Dokter D. doet haar oortjes in en gaat beginnen met het proces. Ze plaatst de eendenbek en daarna herhaalt ze wat de mensen in het lab haar zeggen. ‘We hebben hier één embryo, van mevrouw Klijn Claudia en meneer Van Loon Johannes.’ Ik knik bevestigend. Op het grote scherm boven mijn hoofd zie ik een Petri schaaltje waar ons embryo in ligt. Natuurlijk is dit vele malen uitvergroot, met het blote oog kun je het nauwelijks waarnemen. Ik zie hoe ons kindje op wordt gezogen en wordt geplaatst in een doorzichtig slangetje, tussen twee luchtbellen in. Het deurtje van het lab gaat open, iemand overhandigt het slangetje aan dokter D. en zij loopt ermee naar mij toe. Daar zit ons kindje in. Het blijft bizar, dit is de vierde keer dat ik dit meemaak en het blijft wonderbaarlijk. Ze plaatst het slangetje in me en dan zien we op de echo hoe ons embryo zich tussen de twee luchtbellen naar boven toe beweegt. Ze stuurt het de goede kant op, zodat het goed in mijn baarmoeder belandt. ‘Zo, dat was het dan! U mag zich weer aankleden en naar huis. Wij gaan voor u duimen en volgende week vrijdag krijgt u de bloedtest.’

Volgende week vrijdag al? Het blijkt dat ik nu geen twee wachtweken heb, maar slecht tien dagen. Dit komt omdat ons embryo al zes dagen oud was. Jan is volgende week vijf dagen weg: eerst drie voor het werk, daarna een weekend met zijn voetbalteam. De kans is dus groot dat ik alleen ben als ik de uitslag krijg. Voor nu: gezond leven, kaarsjes branden en hopen dat dit kleintje blijft zitten.

Lees morgen weer verder!

foto

Hierboven een foto van ons embryo na zes dagen, op dezelfde dag gemaakt als Mila: 17 mei 2013, ingevroren op 22 mei 2013, ontdooid op 7 april 2015 en teruggeplaatst op 8 april.

 

Broertje of zusje voor Mila?

Het is nog maar net voorjaar. De zon breekt voorzichtig door het wolkendek, terwijl ik met Jan door de dierentuin in Rotterdam wandel. Mila heeft de tijd van haar leven en is helemaal weg van de onderwaterwereld met al haar pracht en praal. Na al die indrukken valt ze uitgeput in haar Joolz kinderwagen in slaap. Jan neemt me mee naar een restaurantje, haalt een wijntje voor ons en we ploffen neer op een van de loungebanken van het terras.

Terwijl we van de eerste zonnestralen genieten, kijkt Jan me serieus aan. ‘Ik ben zo trots op jou, je bent een fantastische mama voor Mila.’ Slik. Waar komt dit sentiment opeens vandaan? ‘Ik ben er klaar voor schatje, voor een tweede kindje. Zullen we het weer proberen?’ Nu ligt dat ‘proberen’ bij ons wat anders dan bij anderen. Het impliceert opnieuw een traject van ICSI-behandelingen, puncties, terugplaatsingen en helse wachtweken. Ook ik weet als geen ander dat het nu zomaar weer drie jaar kan duren voordat ik zwanger ben, net zoals bij Mila. Totaal van mijn stuk gebracht weet ik niet zo goed wat ik moet zeggen, ik had verwacht dat hij hier nog helemaal niet mee bezig was. Ik kijk hem lachend aan en knik. ‘Ja, laten we voor een broertje of zusje voor Mila gaan!’

De rest van het weekend kan niet meer stuk en het is weer heerlijk om samen dit geheimpje te delen. Tijdens onze derde ICSI-behandeling twee jaar geleden raakte ik zwanger na de terugplaatsing van een ‘vers’ embryo in UZ Gent. En eindelijk lukte het de artsen om voor het eerst een embryo voor ons in te vriezen, een zogenaamd cryo. We weten dat dit ingevroren embryootje nog steeds op ons wacht bij onze zuiderburen en daarom hoef ik niet opnieuw een heel ICSI-traject in met hormonen en spuiten te beginnen. Blijft het cryo niet zitten en word ik niet zwanger? Dan krijgen we opnieuw drie volledige pogingen vergoed en start het circus helemaal opnieuw. Jammer genoeg hebben we namelijk maar één cryo.

Ik bel die maandag meteen naar de afdeling Reproductieve Geneeskunde van  het Universitair Ziekenhuis in Gent. Gelukkig kunnen we al snel terecht, samen met Mila rijden we naar de plek waar zij op 17 mei 2013 is gemaakt. We hebben er inmiddels echt een ritueel van gemaakt: rijden altijd naar de bovenste verdieping van de parkeergarage, zoeken naar dezelfde plek die ons geluk bracht en melden ons daarna aan bij de “Onthaalkas”. We krijgen dezelfde man die ons de vorige keer aanmeldde, dat moet vast geluk brengen houden we ons voor. Alle papieren vullen we in en daarna mogen we door naar onze afdeling in het vernieuwde gebouw van het oude ziekenhuis. Ik krijg kippenvel bij de gedachte dat ons potentiële kindje hier ergens ligt ingevroren.

Dokter D. roept ons al snel binnen en feliciteert ons met onze dochter. Ik overhandig haar mijn boek, als dank voor hun goede werk. Ze straalt en belooft me Spuiten & Snikken te overhandigen aan dokter V, onze vorige arts die nu in een ander Belgisch ziekenhuis werkt. Ze haalt de eendenbek tevoorschijn, doet een inwendige echo en concludeert dan dat alles er netjes uitziet bij me. Ik mag me weer aankleden en daarna gaat dokter D. over naar het plan de campagne. ‘Ik wil voorstellen om jullie embryootje terug te plaatsen in een volledig natuurlijke cyclus: dat betekent dat er geen medicijnen of hormonen aan te pas komen.’ Ze denkt dat mijn lichaam het embryo zelf vast kan houden en daarom geloof ik haar op haar woord.

‘We wachten totdat je weer je “maandstonden” (lees: menstruatie) krijgt, die dag tellen we als de eerste dag van je cyclus. Bij de apotheek haal je vervolgens digitale ovulatietesten van Clearblue, die kun je gebruiken vanaf de tiende dag van je cyclus. Iedere ochtend test je en op de dag dat je een niet knipperende smiley te zien krijgt stuur je ons op een berichtje met een aantal gegevens. Wij bellen je dan op met de datum en tijd van de terugplaatsing.’ Jan en ik bedanken onze arts en lopen lachend terug naar de auto. Het voelt weer goed hier en we kunnen nu fris en vol goede moed starten met deze poging. De kans is natuurlijk klein, maar wat zou het fantastisch zijn als het nu meteen zou lukken!

Als we thuis komen gaat ons normale leven weer door en een week later word ik ongesteld. In tegenstelling tot andere keren ben ik blij, ons avontuur gaat beginnen! Ik haast me naar de winkel en koop een doos digitale ovulatietesten. Zoals afgesproken plas ik op de tiende dag over het staafje en na een paar minuten verschijnt zoals verwacht het teken dat ik geen eisprong kan verwachten binnen 48 uur.

Ik herhaal het ritueel een aantal dagen en dan is daar toch echt die langverwachte smiley. Ik maak een foto van dit bewijs en app Jan. We zijn weer een stap verder! Ik sms mijn artsen in Gent en vermeld mijn meisjesnaam, geboortedatum en datum van de smiley. Niet veel later gaat mijn telefoon. ‘Dag mevrouw, wij hebben uw gegevens ontvangen. We gaan als volgt te werk: uw embryo is op 22 mei 2013 ingevroren toen het vijf dagen oud was. We gaan het nu ontdooien op dinsdag 7 april. Het embryo moet deze ontdooiing goed doorstaan en bovendien zich na de ontdooiing de eerste 24 uur blijven delen. Wij bellen u woensdag 8 april voor 9.00 uur ’s ochtends of dit allemaal goed is gegaan. Als dat zo is, moet u meteen in de auto springen en naar Gent komen voor de terugplaatsing, die dan plaatsvindt om 11.30 uur. Veel succes en hopelijk tot woensdag!’

O god, wat is dit weer spannend. Ik weet dat lang niet alle cryo’s de ontdooiing overleven. En in de uren daarna valt ook een groot deel af. We wachten rustig af en gaan een weekendje naar Arnhem. Als het eenmaal dinsdag 7 april is word ik zenuwachtig. Ik weet dat ze in het lab ons ‘kind’ ontdooien en ik bid dat alles goed mag gaan. ’s Nachts slaap ik onrustig en woensdagochtend gaat dan eindelijk om 8.30 uur de telefoon. Ik krijg het warm, mijn hart klopt in mijn keel als ik het Belgische nummer zie. Zou alles goed zijn gegaan?

Lees morgen of ons embryo het heeft overleefd en of we een terugplaatsing mogen krijgen.

Het is gelukt, ik ben zwanger!

Four Leaf Clover‘Het is gelukt, ik ben zwanger! Het hartje klopt, wat ben ik gelukkig!’ Toen ik vanochtend wakker werd, was dat de eerste zin die ik las. Een van mijn lezeressen berichtte me via Facebook Messenger en ik was direct klaarwakker. Ze heeft me na het lezen van Spuiten & Snikken steeds op de hoogte gehouden van hun zwanger-worden-traject, dat niet zonder slag of stoot is verlopen. Ook bij haar werd het een gevecht en moest ze vele vruchtbaarheidsbehandelingen ondergaan. Maar nu is het dan eindelijk gelukt, er groeit een wonder in haar buik.

Dit verhaal van I. is slechts een greep uit de persoonlijke verhalen en ervaringen die vrouwen met me delen. Ze laten me meeleven en nemen me terug in de tijd van spannende wachtweken en belangrijke doorslaggevende uitslagen van de artsen. Doordat ik Spuiten & Snikken heb geschreven en uitgegeven, ben ik open geweest over een heel verdrietig en intiem onderwerp: vruchtbaarheidsproblemen. Ik had nooit kunnen denken dat ik een band op zou bouwen met al die vrouwen die iedere dag vechten om hun grote droom uit te laten komen.

Positieve tests
In november verscheen mijn boek en sindsdien heb ik al van veel vrouwen een prachtig bericht mogen ontvangen: ze zijn zwanger! Soms na één IVF-poging, soms na wel tien ICSI-behandelingen met misschien wel tientallen terugplaatsingen. Op dit moment vechten nog veel mijn lezeressen, en ook zij zijn druk in de weer met spuiten, poeders, pillen en injectienaalden. Als zwanger worden niet vanzelf gaat ben je bereid om heel ver te gaan, want opgeven is voor jouw gevoel vaak geen optie.

L’espoir fait vivre
Wat ik mee wil geven is dat je altijd je gevoel moet volgen en moet luisteren naar wat je hart je vertelt. Ik heb zelf altijd geprobeerd hoop te houden, maar soms lukt dat gewoonweg niet. Na zoveel tegenslagen zakt de moed je soms in de schoenen en ben je er zeker van dat jij nooit een kindje zult dragen in je buik. Probeer te blijven geloven, zo lang de artsen door willen gaan is er echt hoop. Ik besef echter heel goed dat er ook stellen zijn voor wie dat niet meer geldt, die na heel veel pogingen het hoofdstuk hebben moeten sluiten en waar hoop geen rol meer speelt. Ik denk dan ook dat mijn boek een houvast is voor vrouwen die in een vruchtbaarheidstraject zitten, maar niet voor vrouwen die na lang proberen hebben besloten met z’n tweetjes verder te gaan. In mijn verhaal hadden mijn man Jan en ik het grote geluk om papa en mama te worden van Mila, daardoor besef ik dat het lezen van Spuiten & Snikken te pijnlijk kan zijn als die grote droom niet is uitgekomen.

Lieve lezeressen, weet dat ik iedere dag met jullie mee leef en bid voor een positieve test. En blijf geloven, want er zijn al veel vrouwen in de laatste maanden die na vele pogingen wel zwanger zijn geworden.

 

Tot de maan, en weer terug

th140521125215Het is nog maar twee jaar geleden dat Jan en ik vluchtten naar de Antillen: weg van alle behandelingen, weg van alle stress en de teleurstellingen die we keer op keer te verwerken kregen. De tropische temperaturen en rust op Curaçao zouden ons goed moeten doen, zo was ons plan. Dan zouden we helemaal klaar zijn voor ons nieuwe avontuur in UZ Gent.

Zongebruind en met de batterij spreekwoordelijk weer opgeladen, waren we er klaar voor. De overstap naar onze zuiderburen voelde direct goed, en de succesverhalen van lotgenoten bevestigden onze keuze: Gent zou de plek zijn waar ik na al die jaren zwanger zou worden.

Verslagen
Nee, het ging niet zonder slag of stoot. Net als tijdens alle vorige behandelingen in Tilburg moesten we ongelofelijk veel hobbels nemen en leek het er meerdere keren tijdens de ICSI-behandeling op dat het over was. Dat we nooit een kind van onszelf zouden krijgen. Nooit meer vergeet ik dat verslagen gevoel. Hoe we met Charlie langs het kanaal wandelden, terneergeslagen, in afwachting van dat allesbepalende telefoontje.

Grote verschillen
Het traject in België verliep anders dan in Tilburg. En ik ben geen arts, dus een waardeoordeel over de behandelmethoden kan ik niet geven. Wel vond ik het verwonderlijk, zo veel verschillen in behandelingen. Een terugplaatsing van een embryo na vijf in plaats van drie dagen, andere medicatie en hormonen, andere voorschriften tijdens de terugplaatsing en punctie, en ga zo maar even door. En de reden waarom ze in Tilburg mijn eerste behandeling stopzetten, bleek in Gent vervolgens geen probleem te zijn. Ik heb zelfs het gevoel zwanger te zijn geworden van een van de zogenaamde ‘overrijpe’ follikels. Ik begrijp dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden, maar wanneer ik kijk naar de slagingspercentages van alle ziekenhuizen neem ik grote verschillen waar. Hoe kan dat toch, heb ik me vaak hardop afgevraagd.

Roze bril
Ons voorgevoel was juist. Daar waar ik altijd gespannen was als ik het ziekenhuis in Tilburg binnenliep, ervoer ik nu een rust en kalmte zodra ik voet zette in UZ Gent. Ik weet niet wat het was, maar het heeft geholpen. Ik ben ons medisch team iedere dag dankbaar, want op 2 juni 2013 lieten ze onze allergrootste droom uit komen. Ongelofelijk maar waar, na twee helse wachtweken had ik nu voor het eerst in mijn leven een positieve zwangerschapstest in handen. Ik was zwanger, na al het verdriet dat we hadden gehad zag de wereld er nu ineens veel mooier uit. Na een zorgeloze zwangerschap begon het op 6 februari vorig jaar wat te rommelen, en na 28 lange uren met heftige weeën kregen we uiteindelijk te horen dat Mila niet op de natuurlijke manier geboren zou worden.

Uitgeput
Ja, na al die uren en pijnlijke weeën was ons kleine meisje nog niet ingedaald, en twee nachten zonder slaap was een uitputtingsslag voor me. De vervangende gynaecoloog besloot op 8 februari resoluut: ‘We gaan haar halen.’ Bed naar de OK, Jan hijst zich in een groen operatieschort, ruggenprik opgevoerd en om 2.33 uur geven de artsen het startsein voor de keizersnede. Nog geen drie minuten en een hoop geduw en gesjor later hoor ik daar mijn dochter, huilend terwijl ze nog half in mijn buik zit. Ze halen haar meteen weg, en iedereen loopt bij me vandaan, inclusief mijn man. Ik kijk terwijl ze haar inpakken, en dan is daar eindelijk het moment dat ik haar bij me mag hebben, kleine Mila Anna van Loon. Op jou hebben we al die tijd gewacht, ik hield toen al oneindig veel van je. En nu, bijna een jaar later, kan ik dat gevoel en die liefde niet eens onder woorden brengen. We hebben alles gegeven om jouw papa en mama te mogen zijn, en zullen daar de rest van ons leven iedere dag dankbaar voor zijn. Zondag vieren we jouw eerste verjaardag, en Jan en ik zullen daarbij meer dan ooit beseffen wat voor een wonder jij bent. Ik hou van je Mila, tot de maan en weer terug.

 

Onze dochter voordat ze werd teruggeplaatst in mijn buik

imageHet is en blijft raar. Iedere keer wanneer ik haar mooie kamertje met steigerhouten wand en Scandinavische tinten binnenloop, kijk ik onbewust naar haar eerste foto. Al moet ik eerlijk bekennen dat het in de verste verte niets weg heeft van hoe mijn kleine Mila er nu uitziet. Het is de foto die gemaakt is vijf dagen nadat Mila is ontstaan in een Belgisch lab, in UZ Gent. Met het blote oog konden wij haar nog niet zien, maar de artsen legden dit beeld van ruim honderd cellen vast voordat ze werd teruggeplaatst in mijn buik. Ik neem je nog even mee terug naar dat moment. Hieronder volgt een fragment uit het boek Spuiten & Snikken.

woensdag 22 mei 2013
De dag van de waarheid. De dag waarop het misschien wel stopt. Of de dag die ons geschiedenisboek ingaat als de dag waarop we eindelijk goede embryo’s hadden, die zelfs uitverkoren zijn om zich door te ontwikkelen tot cryo. Ik ben op van de zenuwen. Ik praat aan een stuk, een woordenbrij die totaal geen verband houdt met elkaar, Jan doet alsof hij luistert maar verkeert in een totaal andere wereld.

Hebben we er goed aan gedaan naar Gent te gaan? Betaalt onze overstap zich nu eindelijk uit, of is het de domste fout die we hebben kunnen maken in onze ICSI-carrière? Dokter V vond het verstandig om eventuele ontstane embryo’s wat langer te laten wachten tijdens een zogenoemde verlengde cultuur, maar wat als onze embryo’s geen helden maar zachtgekookte eitjes zijn en deze verlengde cultuur niet eens doorstaan? In Tilburg wisten ze de dagen na de bevruchting te overleven, zodat er daadwerkelijk embryo’s waren om terug te plaatsen in mijn baarmoeder. Nu verlengen we dat traject met twee dagen. Nee, dat klinkt niet lang, maar ja, dat is ontzettend lang. Een goed embryo bestaat op dag drie na bevruchting uit zo’n acht cellen, en na vijf dagen is dat vaak al doorgegroeid tot ruim honderd cellen. Ken je dat liedje nog, van die kikkertjes? Of waren het andere dieren? Wat doet het er ook toe, het gaat erom dat er in ieder couplet één kikker of welk dier dan ook het loodje legt. ‘En toen waren er nog maar twee.’ Het is gewoon een ordinaire afvalrace, en de sterkste blijft over.

Ik dwaal af, weg van de kinderliedjes en terug naar de realiteit in de wachtkamer, boven inhet Belgische ziekenhuis. Ik voel de spanning in deze grijs met groene, klinische omgeving, waar we samen met nog andere verminderd vruchtbare mannen en vrouwen de minuten wegkijken. Tot overmaat van ramp hup ik van mijn linker- naar mijn rechterbeen en ik moet me inhouden niet in mijn broek te plassen. Mijn blaas moet zo vol mogelijk zijn, zodat baby Van Loon – als die nog leeft – zich makkelijk een weg kan banen van het slangetje, door mijn baarmoederhals richting de baarmoeder, waar het in het gunstigste geval voor de komende negen maanden een nestje bouwt.

Mijn hoofd is een warboel: ik ben positief, dan zie ik het weer niet zitten en daarna weet ik zeker dat dokter V een kleintje over heeft weten te houden voor ons. Dan denk ik terug aan de vorige klotebehandelingen en aan de laatste keer, toen ik als een gek had zitten broeden en het wist te schoppen tot zeven embryo’s. Nog geen seconde later ga ik terug naar het moment dat ik de brief open en daar zwart op wit lees dat ze van al deze mogelijke mensjes maar liefst nul procent in hebben kunnen vriezen. De moed zakt me in de schoenen. Waarom zou er nu wel wat over zijn gebleven? De deur van de behandelkamer gaat open. ‘Meneer en mevrouw K?’

Ze roepen niet ons, maar een ander stel naar binnen. Ja joh, kan er ook nog wel bij. Ik bijt op mijn tanden om de wachtkamer niet te vervuilen met mijn warme gele vloeistof, en uiteindelijk is daar dan dokter V die me verzoekt naar binnen te komen. Ik probeer iets af te lezen aan haar gezicht, maar haar pokerface verraadt niets. Gelukkig is ze als we binnen zijn weer die hartelijke jonge arts die me vanaf haar stoel lachend aankijkt. ‘Het is goed gegaan, mevrouw Van Loon. Van de vijf embryo’s die ontstaan zijn na de punctie hebben we er drie over.’ Drie hele embryo’s, na vijf dagen. Ik kan haar wel zoenen, ik wil haar vastpakken en een knuffel geven. Ik houd me in, knijp in Jans hand en ben zo blij. Dokter V pakt er een fotoserie bij.

‘Dit embryo is de winnaar, de beste van allemaal. Deze bestaat uit meer dan honderd cellen en is van goede kwaliteit, we noemen dit een embryo in de blastocystfase. Je ziet hier al goed de kiem van het embryo en dat wat de moederkoek wordt. En dan hebben we nog zo’n kanjer, die weliswaar wat achterloopt op ons kampioentje, maar ook al bestaat uit ruim honderd cellen.’ Ik vind het meer lijken op een maanlandschap, maar spreek dat niet hardop uit om ons kind in wording niet te kwetsen met deze vergelijking. Nummer drie ziet er wat minder goed uit, het is dan ook de vraag of hij of zij het gaat redden. Ik ben dolblij met deze uitslag. Vanmiddag krijg ik via sms bericht of nummer drie nog leeft of niet en of ze hem of haar in hebben kunnen vriezen. Ja, onze kinderen worden ingevroren. Althans, dat is de bedoeling. Het is een maf idee, dat we straks thuis zijn en weten dat daar een klein iets ligt te wachten. Dokter V gaat door met haar verhaal en laat me ontwaken uit mijn gedachten.

‘Wilt u er een of twee teruggeplaatst zien?’ vraagt ze. Het moment waarop we allebei stilvallen om vervolgens met een ander antwoord te komen. ‘Twee’, zeg ik resoluut. Jan kijkt me niet-begrijpend aan en gaat voor één. We kibbelen en worden het maar niet eens. Waarom zouden we niet voor twee gaan, ik heb geen zin om nog een keer embryo’s te verspillen. Een tweeling is natuurlijk heftig, maar meer dan welkom. Bovendien betekent een tweeling dat ik niet nog een keer de hele ellende van hormoonspuiten, puncties en terugplaatsingen hoef te doorstaan als het allemaal lukt. Jan gaat niet overstag en dokter V snapt dat we er zo niet uitkomen. Dat is ook wat, ruzie op het moment waarop ik misschien wel zwanger word.

‘Willen jullie misschien een toerke wandelen door het ziekenhuis?’ vraagt ze op z’n Vlaams. Jan probeert me nog maals te overtuigen en laat er zijn berekeningen op los. Plaatsen we er eentje terug? Dan hebben we ruim 40 procent kans om zwanger te worden, gezien mijn leeftijd en de fase waarin ons embryo zich nu verkeert. Het is vrijwel zeker dat ze het andere embryo in kunnen vriezen en voor 90 procent is het zeker dat deze ook goed ontdooit. Dat betekent een back up. Dan heb je twee keer 40 procent kans en als we er twee terug laten zetten heb je dan misschien 48 procent kans. Dat is inderdaad meer, maar dat impliceert geen back up. Ik ben het er nog niet helemaal mee eens, maar toch geef ik me gewonnen.

Het zal wel, er zit wat in. Terwijl ik nog wat loop te mokken mag ik plaatsnemen op de behandelstoel. Dokter V opent een luik en daar is ons kind. Opnieuw ergens verstopt in een slangetje. Check – check – dubbel check. Ja, dit kind is van ons. Het zou toch wat zijn: als dit aanslaat en over negen maanden komt daar plots een klein zwartharig baby’tje met spleetogen tevoorschijn. Mijn blaas is voller dan vol en ik zie het slangetje in mijn baarmoeder verdwijnen. In Tilburg heb ik daar niet eerder van gehoord, die volle blaas. Ook is daar trouwens niet gesproken over drie tot vijf dagen geen seksuele activiteiten voor de punctie of terugplaatsing. Hup, daar gaat een luchtbel voorbij mijn blaas, zie ik op het scherm. Kleine frummel zit warm in mijn buik. O, wat ga ik goed voor jou zorgen.

M’n blik dwaalt af
ik denk aan jou
Ik heb je al zo vaak gezien
in mijn droom

Ik vraag me af
waar ben je nou
Als jij eens wist
wat ik je zeggen wou

Blijf bij mij
Na zoveel goeds
kan ik je niet meer laten gaan
Blijf bij mij
Een mooier lot bestaat niet
dus ik vraag je blijf bij mij

Paul de Leeuw & Ruth Jacott – Blijf bij mij

Over twaalf dagen weet ik of ik zwanger ben. Vanmiddag rijd ik weer naar de kapel en daarna stort ik me weer op mijn werk. Ik brand weer – hoe pathetisch dat misschien ook klinkt – een kaarsje. Een kaarsje voor mezelf. Voor Jan en mij. Voor ons kind. Dit keer gaat het lukken. Dit is een winnaar, kleintje Van Loon is sterk en blijft voor altijd bij ons.

Spuiten & Snikken is nu verkrijgbaar!

Het waren hectische dagen, maar ook heel bijzondere dagen. Een dag te vroeg kreeg ik het bericht van de drukker: ‘Uw boeken zijn onderweg’. Help! Gelukkig heb ik veel lieve mensen om me heen, iedereen stond klaar en na veel gezellige uren kon ik eindelijk zeggen: alle pakketjes zijn ingepakt.

Natuurlijk pakten we ieder pakketje met zorg in, schreef ik iets in ieder boek en maakten we er iets moois van. Vanochtend reed ik samen met mijn kleine meisje naar Bruna, om alle pakketten te verzenden. Na het plakken van honderden postzegels, liggen alle pakketjes nu klaar om naar hun eindbestemming te gaan: hoe bijzonder, op allerlei bekende en onbekende plekken in Nederland, België en zelfs in Frankrijk. Gelukkig bood Mila me de nodige hulp, zoals je op de foto kunt zien.

Komende dagen kunnen jullie mijn verhaal lezen. Ik zou het leuk vinden als je op Facebook een foto plaatst met het boek, en natuurlijk wil ik dolgraag van je horen hoe je het lezen van Spuiten & Snikken hebt ervaren.

Veel leesplezier!

Liefs,
Claudia

10801552_764699753566781_18622651183144382_n